tou oristhentos yiou theou en dynamei kata pneuma agiōsynēs ex anastaseōs nekrōn iēsou christou tou kyriou ēmōn
Die krachtelijk bewezen is te zijn de Zoon van God, naar den Geest der heiligmaking,uit de opstanding der doden namelijk Jezus Christus, onzen Heere:
ex anastaseoos nekroon ‘uit/op grond van opstanding van doden’. Alleen de SV, de beide Voorhoeve-vertalingen en de Naardense Bijbel geven dit weer. De combinatie anastasis nekroon (‘opstanding van [de] doden’) komt ook voor in Hand. 17:32; 23:6; 1 Cor. 15:12,13,21; in vers 42 en Mat. 22:31 met lidwoord. In die gedeelten gaat het over de opstanding van (de) doden in het algemeen. De NBG, HSV, WV96, GNB95 en NBV suggereren dat het hier niet om de opstanding van niet nader gespecificeerde doden gaat, maar om de opstanding van Christus Zelf uit de doden. Als deze vertalingen gelijk hadden, dan had er in het Grieks moeten staan: ex anastaseoos ek nekroon, zoals op veel plaatsen waar het beslist gaat over Christus’ opstanding (zie bijv. Hand. 4:2). Vergelijk ook de woordgroep ‘doen opstaan uit de doden’ (Gr. anhistèmi ek nekroon) in Hand. 13:34; 17:31, en ‘opstaan uit de doden’ (Gr. anistamai ek nekroon) in o.a. Mark. 9:9-10; 12:25; Luk. 16:31; Hand. 10:41; 17:3.