pa‘ămōn zâāḇ wərimmwōn pa‘ămōn zâāḇ wərimmwōn ‘al-šûlê hammə‘îl sāḇîḇ:
Dat er een gouden schelletje, daarna een granaatappel zij; [wederom] een gouden schelletje, en een granaatappel, aan de zomen des mantels rondom.
- belletje, zodat bij het bewegen een zacht geluid te horen was.