Zie ook: Merkteken
Tatoeage in het OT
Tegenstanders van tatoeages halen meestal de bekende tekst in Lev. 19: 28 aan, waar wordt gesproken dat het verboden is om "een ingedrukt teken in je lichaam te maken". In de context blijkt echter dat er een speciale reden is: nl. je mag geen tatoeage maken omdat iemand gestorven is. Ook in andere teksten als Lev. 21: 5 en Deut 14: 1 lezen we over inkepingen en tatoeages en in diezelfde context. Een reden hiervan is dat men in de oudheid dit veelvuldig deed om de goden te vereren, en dit is verboden.
Zo zien we bij Egyptische mummies van 4000 jaar voor Christus dat er tatoeages zijn aangebracht ter verzekering van een plaats in het hiernamaals, ter bescherming tegen boze geesten of ter afschrikking van vijanden, om door een moeilijke periode heen te komen zoals puberteit of zwangerschap, maar ook als een bewijs van bewezen moed. Om deze redenen waren er dan ook in het begin weinig Joden met tatoeages, toen de associëring met afgoderij naar de achtergrond verdween zien we in de eerste eeuwen van onze jaartelling dat Joden steeds meer tatoeages gingen aanbrengen.
Tatoeage in het NT
Op een vage aanduiding in Op. 19: 16 na, wordt nergens gesproken over tatoeages in het NT. Voorstanders van tatoeages wijzen dan meestal op feit dat gelovigen tegenwoordig niet meer onder de wet van het Oude Testament leven (Romeinen 10:4; Galaten 3:23-25; Efeziërs 2:15), echter dit is een beetje te kort door de bocht. In het NT lezen we ook: "Dus of u nu eet of drinkt of iets anders doet, doe alles ter ere van God" (1 Corintiërs 10:31), deze passage moet ons dan ook tot nadenken zetten. Meestal worden tegenwoordig tatoeages aangebracht als versiering. Dus om met deze tatoeage op te vallen, we kunnen ons dan ook afvragen wat wordt bedoeld met een tekst "dat we ons bescheiden moeten kleden" (1 Timoteüs 2:9). Als dit geld voor kleding, geld dit dan juist voor onze houding. Dus niet opzichtig door het leven gaan.
De Bijbel verbiedt ons niet om tatoeages te hebben, maar geeft ons tevens geen enkele reden om te geloven dat God zou willen dat we tatoeages laten aanbrengen. In dit soort gevallen is het altijd verstandig om de volgende Bijbelpassage als leidraad te nemen: "Alles wat niet uit geloof voortkomt is zondig" (Romeinen 14:23).
Tatoeages in het JodendomTatoeages in het vroege christendom
Sommige christenen uit de eerste eeuwen hadden soms tatoeages van het ichtus-(vis)symbool of enkele letters van de naam van Christus op de huid lieten tatoeëren. Waarschijnlijk was dit een manier om zich te onderscheiden van ongelovigen. Dit fenomeen zien we heden ten dage nog terug bij de Koptische Christenen in Egypte: zij laten bijvoorbeeld een kruis aanbrengen aan de onderpols van hun rechterarm.
In 787 verbied paus Hadrianus I het tatoeëren. Het zou geen onderscheiding meer zijn, omdat de Christenen toen in veel gebieden een meerderheid vormden. Bovendien was het vooral een gebruik onder de niet-christelijke bevolkingsgroepen om tatoeages te dragen.
Interessant is dat volgens het Leviticus 19:28 en 21:5 het inkerfen van een teken in de huid verboden verboden wordt, maar in Openbaringen 19:16 lezen we dat in de dij van Christus de naam van de 'Koning der koningen' staat geschreven. Het is mij dan ook niet geheel helemaal duidelijk of hieruit mag worden geconcludeerd dat Jezus een tatoeage had.
Geschiedenis
In de tweede wereldoorlog lieten de nazi's de gevangenen in concentratiekampen een cijfercombinatie in hun rechterarm tatoeëren, zodat ze sneller te indentificeren waren.
