1 Koningen 13:4

SVHet geschiedde nu, als de koning het woord van den man Gods hoorde, hetwelk hij tegen het altaar te Beth-el geroepen had, dat Jerobeam zijn hand van op het altaar uitstrekte, zeggende: Grijpt hem! Maar zijn hand, die hij tegen hem uitgestrekt had, verdorde, dat hij ze niet weder tot zich trekken kon.
WLCוַיְהִי֩ כִשְׁמֹ֨עַ הַמֶּ֜לֶךְ אֶת־דְּבַ֣ר אִישׁ־הָאֱלֹהִ֗ים אֲשֶׁ֨ר קָרָ֤א עַל־הַמִּזְבֵּ֙חַ֙ בְּבֵֽית־אֵ֔ל וַיִּשְׁלַ֨ח יָרָבְעָ֧ם אֶת־יָדֹ֛ו מֵעַ֥ל הַמִּזְבֵּ֖חַ לֵאמֹ֣ר ׀ תִּפְשֻׂ֑הוּ וַתִּיבַ֤שׁ יָדֹו֙ אֲשֶׁ֣ר שָׁלַ֣ח עָלָ֔יו וְלֹ֥א יָכֹ֖ל לַהֲשִׁיבָ֥הּ אֵלָֽיו׃
Trans.wayəhî ḵišəmō‘a hammeleḵə ’eṯ-dəḇar ’îš-hā’ĕlōhîm ’ăšer qārā’ ‘al-hammizəbēḥa bəḇêṯ-’ēl wayyišəlaḥ yārāḇə‘ām ’eṯ-yāḏwō mē‘al hammizəbēḥa lē’mōr tifəśuhû watîḇaš yāḏwō ’ăšer šālaḥ ‘ālāyw wəlō’ yāḵōl lahăšîḇāh ’ēlāyw:

Algemeen

Zie ook: Altaar, Beth-El, Hand (lichaamsdeel)

Aantekeningen

Het geschiedde nu, als de koning het woord van den man Gods hoorde, hetwelk hij tegen het altaar te Beth-el geroepen had, dat Jerobeam zijn hand van op het altaar uitstrekte, zeggende: Grijpt hem! Maar zijn hand, die hij tegen hem uitgestrekt had, verdorde, dat hij ze niet weder tot zich trekken kon.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יְהִי֩

Het geschiedde

כִ

-

שְׁמֹ֨עַ

hoorde

הַ

-

מֶּ֜לֶךְ

nu, als de koning

אֶת־

-

דְּבַ֣ר

het woord

אִישׁ־

van den man

הָ

-

אֱלֹהִ֗ים

Gods

אֲשֶׁ֨ר

hetwelk

קָרָ֤א

geroepen had

עַל־

hij tegen

הַ

-

מִּזְבֵּ֙חַ֙

het altaar

בְּ

-

בֵֽית־

-

אֵ֔ל

te Beth-El

וַ

-

יִּשְׁלַ֨ח

uitstrekte

יָרָבְעָ֧ם

dat Jeróbeam

אֶת־

-

יָד֛וֹ

zijn hand

מֵ

-

עַ֥ל

op

הַ

-

מִּזְבֵּ֖חַ

het altaar

לֵ

-

אמֹ֣ר׀

zeggende

תִּפְשֻׂ֑הוּ

Grijpt

וַ

-

תִּיבַ֤שׁ

verdorde

יָד

hem! Maar zijn hand

וֹ֙

-

אֲשֶׁ֣ר

die

שָׁלַ֣ח

hem uitgestrekt had

עָלָ֔יו

hij tegen

וְ

-

לֹ֥א

dat hij ze niet

יָכֹ֖ל

kon

לַ

-

הֲשִׁיבָ֥הּ

weder

אֵלָֽיו

tot


Het geschiedde nu, als de koning het woord van den man Gods hoorde, hetwelk hij tegen het altaar te Beth-el geroepen had, dat Jerobeam zijn hand van op het altaar uitstrekte, zeggende: Grijpt hem! Maar zijn hand, die hij tegen hem uitgestrekt had, verdorde, dat hij ze niet weder tot zich trekken kon.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!