1 Koningen 20:15

SVToen telde hij de jongens van de oversten der landschappen, en zij waren tweehonderd twee en dertig; en na hen telde hij al het volk, al de kinderen Israels, zeven duizend.
WLCוַיִּפְקֹ֗ד אֶֽת־נַעֲרֵי֙ שָׂרֵ֣י הַמְּדִינֹ֔ות וַיִּהְי֕וּ מָאתַ֖יִם שְׁנַ֣יִם וּשְׁלֹשִׁ֑ים וְאַחֲרֵיהֶ֗ם פָּקַ֧ד אֶת־כָּל־הָעָ֛ם כָּל־בְּנֵ֥י יִשְׂרָאֵ֖ל שִׁבְעַ֥ת אֲלָפִֽים׃
Trans.wayyifəqōḏ ’eṯ-na‘ărê śārê hamməḏînwōṯ wayyihəyû mā’ṯayim šənayim ûšəlōšîm wə’aḥărêhem pāqaḏ ’eṯ-kāl-hā‘ām kāl-bənê yiśərā’ēl šiḇə‘aṯ ’ălāfîm:

Algemeen

Zie ook: Zevenduizend

Aantekeningen

Toen telde hij de jongens van de oversten der landschappen, en zij waren tweehonderd twee en dertig; en na hen telde hij al het volk, al de kinderen Israels, zeven duizend.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יִּפְקֹ֗ד

Toen telde hij

אֶֽת־

-

נַעֲרֵי֙

de jongens

שָׂרֵ֣י

van de oversten

הַ

-

מְּדִינ֔וֹת

der landschappen

וַ

-

יִּהְי֕וּ

en zij waren

מָאתַ֖יִם

-

שְׁנַ֣יִם

tweehonderd

וּ

-

שְׁלֹשִׁ֑ים

en dertig

וְ

-

אַחֲרֵיהֶ֗ם

en na

פָּקַ֧ד

hen telde hij

אֶת־

-

כָּל־

al

הָ

-

עָ֛ם

het volk

כָּל־

al

בְּנֵ֥י

de kinderen

יִשְׂרָאֵ֖ל

Israëls

שִׁבְעַ֥ת

zeven

אֲלָפִֽים

duizend


Toen telde hij de jongens van de oversten der landschappen, en zij waren tweehonderd twee en dertig; en na hen telde hij al het volk, al de kinderen Israels, zeven duizend.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!