1 Kronieken 17:6

SVOveral, waar Ik gewandeld heb met geheel Israel, heb Ik wel een woord gesproken tot een van de richters van Israel, denwelken Ik gebood Mijn volk te weiden, zeggende: Waarom bouwt gijlieden Mij geen cederen huis?
WLCבְּכֹ֥ל אֲשֶֽׁר־הִתְהַלַּכְתִּי֮ בְּכָל־יִשְׂרָאֵל֒ הֲדָבָ֣ר דִּבַּ֗רְתִּי אֶת־אַחַד֙ שֹׁפְטֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל אֲשֶׁ֥ר צִוִּ֛יתִי לִרְעֹ֥ות אֶת־עַמִּ֖י לֵאמֹ֑ר לָ֛מָּה לֹא־בְנִיתֶ֥ם לִ֖י בֵּ֥ית אֲרָזִֽים׃
Trans.bəḵōl ’ăšer-hiṯəhallaḵətî bəḵāl-yiśərā’ēl hăḏāḇār dibarətî ’eṯ-’aḥaḏ šōfəṭê yiśərā’ēl ’ăšer ṣiûîṯî lirə‘wōṯ ’eṯ-‘ammî lē’mōr lāmmâ lō’-ḇənîṯem lî bêṯ ’ărāzîm:

Algemeen

Zie ook: Ceder

Aantekeningen

Overal, waar Ik gewandeld heb met geheel Israel, heb Ik wel een woord gesproken tot een van de richters van Israel, denwelken Ik gebood Mijn volk te weiden, zeggende: Waarom bouwt gijlieden Mij geen cederen huis?


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

בְּ

-

כֹ֥ל

Overal

אֲשֶֽׁר־

waar

הִתְהַלַּכְתִּי֮

Ik gewandeld heb

בְּ

-

כָל־

met geheel

יִשְׂרָאֵל֒

Israël

הֲ

-

דָבָ֣ר

heb Ik wel een woord

דִּבַּ֗רְתִּי

gesproken

אֶת־

-

אַחַד֙

tot een

שֹׁפְטֵ֣י

van de richters

יִשְׂרָאֵ֔ל

van Israël

אֲשֶׁ֥ר

denwelken

צִוִּ֛יתִי

Ik gebood

לִ

-

רְע֥וֹת

te weiden

אֶת־

-

עַמִּ֖י

Mijn volk

לֵ

-

אמֹ֑ר

zeggende

לָ֛

-

מָּה

Waarom

לֹא־

Mij geen

בְנִיתֶ֥ם

bouwt gijlieden

לִ֖י

-

בֵּ֥ית

huis

אֲרָזִֽים

-


Overal, waar Ik gewandeld heb met geheel Israel, heb Ik wel een woord gesproken tot een van de richters van Israel, denwelken Ik gebood Mijn volk te weiden, zeggende: Waarom bouwt gijlieden Mij geen cederen huis?


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!