1 Kronieken 22:7

SVEn David zeide tot Salomo: Mijn zoon, wat mij aangaat, het was in mijn hart den Naam des HEEREN, mijns Gods, een huis te bouwen;
WLCוַיֹּ֥אמֶר דָּוִ֖יד לִשְׁלֹמֹ֑ה [בְּנֹו כ] (בְּנִ֕י ק) אֲנִי֙ הָיָ֣ה עִם־לְבָבִ֔י לִבְנֹ֣ות בַּ֔יִת לְשֵׁ֖ם יְהוָ֥ה אֱלֹהָֽי׃
Trans.wayyō’mer dāwîḏ lišəlōmōh bənwō bənî ’ănî hāyâ ‘im-ləḇāḇî liḇənwōṯ bayiṯ ləšēm JHWH ’ĕlōhāy:

Algemeen

Zie ook: David (koning), Hart (lichaamsdeel), Qere en Ketiv, Salomo (koning)

Aantekeningen

En David zeide tot Salomo: Mijn zoon, wat mij aangaat, het was in mijn hart den Naam des HEEREN, mijns Gods, een huis te bouwen;


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֥אמֶר

zeide

דָּוִ֖יד

En David

לִ

-

שְׁלֹמֹ֑ה

tot Sálomo

בנו

Mijn zoon

בְּנִ֕י

-

אֲנִי֙

wat mij

הָיָ֣ה

aangaat, het was

עִם־

in

לְבָבִ֔י

mijn hart

לִ

-

בְנ֣וֹת

te bouwen

בַּ֔יִת

een huis

לְ

-

שֵׁ֖ם

den Naam

יְהוָ֥ה

des HEEREN

אֱלֹהָֽי

mijns Gods


En David zeide tot Salomo: Mijn zoon, wat mij aangaat, het was in mijn hart den Naam des HEEREN, mijns Gods, een huis te bouwen;


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!