1 Samuel 29:9

SVAchis nu antwoordde en zeide tot David: Ik weet het; voorwaar, gij zijt aangenaam in mijn ogen, als een engel Gods; maar de oversten der Filistijnen hebben gezegd: Laat hem met ons in dezen strijd niet optrekken.
WLCוַיַּ֣עַן אָכִישׁ֮ וַיֹּ֣אמֶר אֶל־דָּוִד֒ יָדַ֕עְתִּי כִּ֣י טֹ֥וב אַתָּ֛ה בְּעֵינַ֖י כְּמַלְאַ֣ךְ אֱלֹהִ֑ים אַ֣ךְ שָׂרֵ֤י פְלִשְׁתִּים֙ אָֽמְר֔וּ לֹֽא־יַעֲלֶ֥ה עִמָּ֖נוּ בַּמִּלְחָמָֽה׃
Trans.wayya‘an ’āḵîš wayyō’mer ’el-dāwiḏ yāḏa‘ətî kî ṭwōḇ ’atâ bə‘ênay kəmalə’aḵə ’ĕlōhîm ’aḵə śārê fəlišətîm ’āmərû lō’-ya‘ăleh ‘immānû bammiləḥāmâ:

Algemeen

Zie ook: Achis, David (koning), Engelen, Filistijnen

Aantekeningen

Achis nu antwoordde en zeide tot David: Ik weet het; voorwaar, gij zijt aangenaam in mijn ogen, als een engel Gods; maar de oversten der Filistijnen hebben gezegd: Laat hem met ons in dezen strijd niet optrekken.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יַּ֣עַן

nu antwoordde

אָכִישׁ֮

Achis

וַ

-

יֹּ֣אמֶר

en zeide

אֶל־

tot

דָּוִד֒

David

יָדַ֕עְתִּי

Ik weet

כִּ֣י

het; voorwaar

ט֥וֹב

zijt aangenaam

אַתָּ֛ה

gij

בְּ

-

עֵינַ֖י

in mijn ogen

כְּ

-

מַלְאַ֣ךְ

als een engel

אֱלֹהִ֑ים

Gods

אַ֣ךְ

maar

שָׂרֵ֤י

de oversten

פְלִשְׁתִּים֙

der Filistijnen

אָֽמְר֔וּ

hebben gezegd

לֹֽא־

niet

יַעֲלֶ֥ה

optrekken

עִמָּ֖נוּ

Laat hem met

בַּ

-

מִּלְחָמָֽה

ons in dezen strijd


Achis nu antwoordde en zeide tot David: Ik weet het; voorwaar, gij zijt aangenaam in mijn ogen, als een engel Gods; maar de oversten der Filistijnen hebben gezegd: Laat hem met ons in dezen strijd niet optrekken.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!