2 Koningen 20:5

SVKeer weder en zeg tot Hizkia, den voorganger Mijns volks: Zo zegt de HEERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal u gezond maken; aan den derden dag zult gij opgaan in het huis des HEEREN;
WLCשׁ֣וּב וְאָמַרְתָּ֞ אֶל־חִזְקִיָּ֣הוּ נְגִיד־עַמִּ֗י כֹּֽה־אָמַ֤ר יְהוָה֙ אֱלֹהֵי֙ דָּוִ֣ד אָבִ֔יךָ שָׁמַ֙עְתִּי֙ אֶת־תְּפִלָּתֶ֔ךָ רָאִ֖יתִי אֶת־דִּמְעָתֶ֑ךָ הִנְנִי֙ רֹ֣פֶא לָ֔ךְ בַּיֹּום֙ הַשְּׁלִישִׁ֔י תַּעֲלֶ֖ה בֵּ֥ית יְהוָֽה׃

Algemeen

Zie ook: David (koning), Hizkia (koning v. Juda), Tranen

Aantekeningen

Keer weder en zeg tot Hizkia, den voorganger Mijns volks: Zo zegt de HEERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal u gezond maken; aan den derden dag zult gij opgaan in het huis des HEEREN;


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

שׁ֣וּב

Keer weder

וְ

-

אָמַרְתָּ֞

en zeg

אֶל־

tot

חִזְקִיָּ֣הוּ

Hizkía

נְגִיד־

den voorganger

עַמִּ֗י

Mijns volks

כֹּֽה־

Zo

אָמַ֤ר

zegt

יְהוָה֙

de HEERE

אֱלֹהֵי֙

de God

דָּוִ֣ד

David

אָבִ֔יךָ

van uw vader

שָׁמַ֙עְתִּי֙

gehoord

אֶת־

-

תְּפִלָּתֶ֔ךָ

Ik heb uw gebed

רָאִ֖יתִי

gezien

אֶת־

-

דִּמְעָתֶ֑ךָ

Ik heb uw tranen

הִנְ

-

נִי֙

-

רֹ֣פֶא

Ik zal gezond maken

לָ֔ךְ

-

בַּ

-

יּוֹם֙

dag

הַ

-

שְּׁלִישִׁ֔י

aan den derden

תַּעֲלֶ֖ה

zult gij opgaan

בֵּ֥ית

in het huis

יְהוָֽה

des HEEREN


Keer weder en zeg tot Hizkia, den voorganger Mijns volks: Zo zegt de HEERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal u gezond maken; aan den derden dag zult gij opgaan in het huis des HEEREN;

____

Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!