2 Samuel 3:13

SVEn hij zeide: Wel, ik zal een verbond met u maken; doch een ding begeer ik van u, zeggende: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij dat gij Michal, Sauls dochter, te voren inbrengt, als gij komt om mijn aangezicht te zien.
WLCוַיֹּ֣אמֶר טֹ֔וב אֲנִ֕י אֶכְרֹ֥ת אִתְּךָ֖ בְּרִ֑ית אַ֣ךְ דָּבָ֣ר אֶחָ֡ד אָנֹכִי֩ שֹׁאֵ֨ל מֵאִתְּךָ֤ לֵאמֹר֙ לֹא־תִרְאֶ֣ה אֶת־פָּנַ֔י כִּ֣י ׀ אִם־לִפְנֵ֣י הֱבִיאֲךָ֗ אֵ֚ת מִיכַ֣ל בַּת־שָׁא֔וּל בְּבֹאֲךָ֖ לִרְאֹ֥ות אֶת־פָּנָֽי׃ ס
Trans.wayyō’mer ṭwōḇ ’ănî ’eḵərōṯ ’itəḵā bərîṯ ’aḵə dāḇār ’eḥāḏ ’ānōḵî šō’ēl mē’itəḵā lē’mōr lō’-ṯirə’eh ’eṯ-pānay kî| ’im-lifənê hĕḇî’ăḵā ’ēṯ mîḵal baṯ-šā’ûl bəḇō’ăḵā lirə’wōṯ ’eṯ-pānāy:

Algemeen

Zie ook: Aangezicht, Gelaat, Michal, Saul (koning)

Aantekeningen

En hij zeide: Wel, ik zal een verbond met u maken; doch een ding begeer ik van u, zeggende: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij dat gij Michal, Sauls dochter, te voren inbrengt, als gij komt om mijn aangezicht te zien.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

En

יֹּ֣אמֶר

hij zeide

ט֔וֹב

Wel

אֲנִ֕י

ik

אֶכְרֹ֥ת

zal maken

אִתְּךָ֖

met u

בְּרִ֑ית

een verbond

אַ֣ךְ

doch

דָּבָ֣ר

ding

אֶחָ֡ד

een

אָנֹכִי֩

ik

שֹׁאֵ֨ל

begeer

מֵ

-

אִתְּךָ֤

-

לֵ

-

אמֹר֙

u, zeggende

לֹא־

niet

תִרְאֶ֣ה

zien

אֶת־

-

פָּנַ֔י

Gij zult mijn aangezicht

כִּ֣י׀

tenzij dat

אִם־

-

לִ

-

פְנֵ֣י

te voren

הֱבִיאֲךָ֗

inbrengt

אֵ֚ת

-

מִיכַ֣ל

gij Michal

בַּת־

dochter

שָׁא֔וּל

Sauls

בְּ

-

בֹאֲךָ֖

als gij komt

לִ

-

רְא֥וֹת

te zien

אֶת־

-

פָּנָֽי

om mijn aangezicht


En hij zeide: Wel, ik zal een verbond met u maken; doch een ding begeer ik van u, zeggende: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij dat gij Michal, Sauls dochter, te voren inbrengt, als gij komt om mijn aangezicht te zien.

____

Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!