Daniel 1:2

SVEn de HEERE gaf Jojakim, den koning van Juda, in zijn hand, en een deel der vaten van het huis Gods; en hij bracht ze [in] het land van Sinear, [in] het huis zijns gods; en de vaten bracht hij in het schathuis zijns gods.
WLCוַיִּתֵּן֩ אֲדֹנָ֨י בְּיָדֹ֜ו אֶת־יְהֹויָקִ֣ים מֶֽלֶךְ־יְהוּדָ֗ה וּמִקְצָת֙ כְּלֵ֣י בֵית־הָֽאֱלֹהִ֔ים וַיְבִיאֵ֥ם אֶֽרֶץ־שִׁנְעָ֖ר בֵּ֣ית אֱלֹהָ֑יו וְאֶת־הַכֵּלִ֣ים הֵבִ֔יא בֵּ֖ית אֹוצַ֥ר אֱלֹהָֽיו׃
Trans.wayyitēn ’ăḏōnāy bəyāḏwō ’eṯ-yəhwōyāqîm meleḵə-yəhûḏâ ûmiqəṣāṯ kəlê ḇêṯ-hā’ĕlōhîm wayəḇî’ēm ’ereṣ-šinə‘ār bêṯ ’ĕlōhāyw wə’eṯ-hakēlîm hēḇî’ bêṯ ’wōṣar ’ĕlōhāyw:

Algemeen

Zie ook: Adonai, Hand (lichaamsdeel), Jojakim (koning v. Juda), Juda (koninkrijk), koningen van Juda, Sinear, Sumerië

Aantekeningen

En de HEERE gaf Jojakim, den koning van Juda, in zijn hand, en een deel der vaten van het huis Gods;
en hij bracht ze [in] het land van Sinear, [in] het huis zijns gods; en de vaten bracht hij in het schathuis zijns gods.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יִּתֵּן֩

gaf

אֲדֹנָ֨י

En de HEERE

בְּ

-

יָד֜וֹ

in zijn hand

אֶת־

-

יְהוֹיָקִ֣ים

Jójakim

מֶֽלֶךְ־

den koning

יְהוּדָ֗ה

van Juda

וּ

-

מִ

-

קְצָת֙

en een deel

כְּלֵ֣י

der vaten

בֵית־

van het huis

הָֽ

-

אֱלֹהִ֔ים

Gods

וַ

-

יְבִיאֵ֥ם

en hij bracht

אֶֽרֶץ־

ze in het land

שִׁנְעָ֖ר

van Sinear

בֵּ֣ית

het huis

אֱלֹהָ֑יו

zijns gods

וְ

-

אֶת־

-

הַ

-

כֵּלִ֣ים

en de vaten

הֵבִ֔יא

bracht hij

בֵּ֖ית

-

אוֹצַ֥ר

in het schathuis

אֱלֹהָֽיו

zijns gods


En de HEERE gaf Jojakim, den koning van Juda, in zijn hand, en een deel der vaten van het huis Gods;
en hij bracht ze [in] het land van Sinear, [in] het huis zijns gods; en de vaten bracht hij in het schathuis zijns gods.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!