Deuteronomium 14:21

SVGij zult geen dood aas eten; den vreemdeling, die in uw poorten is, zult gij het geven, dat hij het ete, of verkoopt het den vreemde; want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder.
WLCלֹ֣א תֹאכְל֣וּ כָל־נְ֠בֵלָה לַגֵּ֨ר אֲשֶׁר־בִּשְׁעָרֶ֜יךָ תִּתְּנֶ֣נָּה וַאֲכָלָ֗הּ אֹ֤ו מָכֹר֙ לְנָכְרִ֔י כִּ֣י עַ֤ם קָדֹושׁ֙ אַתָּ֔ה לַיהוָ֖ה אֱלֹהֶ֑יךָ לֹֽא־תְבַשֵּׁ֥ל גְּדִ֖י בַּחֲלֵ֥ב אִמֹּֽו׃ פ
Trans. lō’ ṯō’ḵəlû ḵāl-nəḇēlâ lagēr ’ăšer-bišə‘āreyḵā titənennâ wa’ăḵālāh ’wō māḵōr lənāḵərî kî ‘am qāḏwōš ’atâ laJHWH ’ĕlōheyḵā lō’-ṯəḇaššēl gəḏî baḥălēḇ ’immwō:

Algemeen

Zie ook: Aas, Kadaver, Karkas, Lijk, Allochtoon / Vreemdeling, Dieren (onrein), Melk
Exodus 23:19, Exodus 34:26

Aantekeningen

Gij zult geen dood aas eten; den vreemdeling, die in uw poorten is, zult gij het geven, dat hij het ete, of verkoopt het den vreemde; want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

לֹ֣א

niet

תֹאכְל֣וּ

zult gij eten

כָל־

-

נְ֠בֵלָה

dood aas

לַ

-

גֵּ֨ר

den vreemdeling

אֲשֶׁר־

die

בִּ

in

שְׁעָרֶ֜יךָ

uw poorten is

תִּתְּנֶ֣נָּה

zult gij het geven

וַ

dat

אֲכָלָ֗הּ

hij het ete

א֤וֹ

of

מָכֹר֙

het verkoopt

לְ

-

נָכְרִ֔י

den vreemde

כִּ֣י

want

עַ֤ם

volk

קָדוֹשׁ֙

heilig

אַתָּ֔ה

zijt gij

לַ

-

יהוָ֖ה

den HEERE

אֱלֹהֶ֑יךָ

uw God

לֹֽא־

niet

תְבַשֵּׁ֥ל

koken

גְּדִ֖י

Gij zult het bokje

בַּ

in

חֲלֵ֥ב

de melk

אִמּֽוֹ

zijner moeder


Gij zult geen dood aas eten; den vreemdeling, die in uw poorten is, zult gij het geven, dat hij het ete, of verkoopt het den vreemde; want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder.

____


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!