Deuteronomium 26:12

SVWanneer gij zult geeindigd hebben alle tienden van uw inkomen te vertienen, in het derde jaar, zijnde een jaar der tienden; dan zult gij aan den Leviet, aan den vreemdeling, aan den wees en aan de weduwe geven, dat zij in uw poorten eten en verzadigd worden.
WLCכִּ֣י תְכַלֶּ֞ה לַ֠עְשֵׂר אֶת־כָּל־מַעְשַׂ֧ר תְּבוּאָתְךָ֛ בַּשָּׁנָ֥ה הַשְּׁלִישִׁ֖ת שְׁנַ֣ת הַֽמַּעֲשֵׂ֑ר וְנָתַתָּ֣ה לַלֵּוִ֗י לַגֵּר֙ לַיָּתֹ֣ום וְלָֽאַלְמָנָ֔ה וְאָכְל֥וּ בִשְׁעָרֶ֖יךָ וְשָׂבֵֽעוּ׃
Trans.kî ṯəḵalleh la‘əśēr ’eṯ-kāl-ma‘əśar təḇû’āṯəḵā baššānâ haššəlîšiṯ šənaṯ hamma‘ăśēr wənāṯatâ lallēwî lagēr layyāṯwōm wəlā’aləmānâ wə’āḵəlû ḇišə‘āreyḵā wəśāḇē‘û:

Algemeen

Zie ook: Levieten, Weduwe, Wees
Leviticus 27:30, Numeri 18:24

Aantekeningen

Wanneer gij zult geeindigd hebben alle tienden van uw inkomen te vertienen, in het derde jaar, zijnde een jaar der tienden; dan zult gij aan den Leviet, aan den vreemdeling, aan den wees en aan de weduwe geven, dat zij in uw poorten eten en verzadigd worden.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

כִּ֣י

-

תְכַלֶּ֞ה

Wanneer gij zult geëindigd hebben

לַ֠

-

עְשֵׂר

te vertienen

אֶת־

-

כָּל־

-

מַעְשַׂ֧ר

alle tienden

תְּבוּאָתְךָ֛

van uw inkomen

בַּ

-

שָּׁנָ֥ה

jaar

הַ

-

שְּׁלִישִׁ֖ת

in het derde

שְׁנַ֣ת

zijnde een jaar

הַֽ

-

מַּעֲשֵׂ֑ר

der tienden

וְ

-

נָתַתָּ֣ה

geven

לַ

-

לֵּוִ֗י

dan zult gij aan den Leviet

לַ

-

גֵּר֙

aan den vreemdeling

לַ

-

יָּת֣וֹם

aan den wees

וְ

-

לָֽ

-

אַלְמָנָ֔ה

en aan de weduwe

וְ

-

אָכְל֥וּ

eten

בִ

-

שְׁעָרֶ֖יךָ

dat zij in uw poorten

וְ

-

שָׂבֵֽעוּ

en verzadigd worden


Wanneer gij zult geëindigd hebben alle tienden van uw inkomen te vertienen, in het derde jaar, zijnde een jaar der tienden; dan zult gij aan den Leviet, aan den vreemdeling, aan den wees en aan de weduwe geven, dat zij in uw poorten eten en verzadigd worden.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!