Deuteronomium 5:14

SVMaar de zevende dag is de sabbat des HEEREN, uws Gods; [dan] zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch enig van uw vee, noch de vreemdeling, die in uw poorten is; opdat uw dienstknecht, en uw dienstmaagd ruste, gelijk als gij.
WLCוְיֹ֙ום֙ הַשְּׁבִיעִ֜֔י שַׁבָּ֖֣ת ׀ לַיהוָ֖֣ה אֱלֹהֶ֑֗יךָ לֹ֣א תַעֲשֶׂ֣ה כָל־מְלָאכָ֡ה אַתָּ֣ה וּבִנְךָֽ־וּבִתֶּ֣ךָ וְעַבְדְּךָֽ־וַ֠אֲמָתֶךָ וְשֹׁורְךָ֨ וַחֲמֹֽרְךָ֜ וְכָל־בְּהֶמְתֶּ֗ךָ וְגֵֽרְךָ֙ אֲשֶׁ֣ר בִּשְׁעָרֶ֔יךָ לְמַ֗עַן יָנ֛וּחַ עַבְדְּךָ֥ וַאֲמָתְךָ֖ כָּמֹֽ֑וךָ׃
Trans.wəywōm haššəḇî‘î šabāṯ laJHWH ’ĕlōheyḵā lō’ ṯa‘ăśeh ḵāl-məlā’ḵâ ’atâ ûḇinəḵā-ûḇiteḵā wə‘aḇədəḵā-wa’ămāṯeḵā wəšwōrəḵā waḥămōrəḵā wəḵāl-bəheməteḵā wəḡērəḵā ’ăšer bišə‘āreyḵā ləma‘an yānûḥa ‘aḇədəḵā wa’ămāṯəḵā kāmwōḵā:

Algemeen

Zie ook: Allochtoon / Vreemdeling, Ezels, Geboden (tien), Rund, Sabbat

Aantekeningen

Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN, uws Gods; [dan] zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch enig van uw vee, noch de vreemdeling, die in uw poorten is; opdat uw dienstknecht, en uw dienstmaagd ruste, gelijk als gij.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וְ

-

י֙וֹם֙

dag

הַ

-

שְּׁבִיעִ֜֔י

Maar de zevende

שַׁבָּ֖֣ת׀

is de sabbat

לַ

-

יהוָ֖֣ה

des HEEREN

אֱלֹהֶ֑֗יךָ

uws Gods

לֹ֣א

-

תַעֲשֶׂ֣ה

doen

כָל־

-

מְלָאכָ֡ה

zult gij geen werk

אַתָּ֣ה

-

וּ

-

בִנְ

gij, noch uw zoon

ךָֽ־

-

וּ

-

בִתֶּ֣ךָ

noch uw dochter

וְ

-

עַבְדְּךָֽ־

noch uw dienstknecht

וַ֠

-

אֲמָתֶךָ

noch uw dienstmaagd

וְ

-

שׁוֹרְךָ֨

noch uw os

וַ

-

חֲמֹֽרְךָ֜

noch uw ezel

וְ

-

כָל־

-

בְּהֶמְתֶּ֗ךָ

noch enig van uw vee

וְ

-

גֵֽרְךָ֙

noch de vreemdeling

אֲשֶׁ֣ר

-

בִּ

-

שְׁעָרֶ֔יךָ

die in uw poorten

לְמַ֗עַן

-

יָנ֛וּחַ

ruste

עַבְדְּךָ֥

is; opdat uw dienstknecht

וַ

-

אֲמָתְךָ֖

en uw dienstmaagd

כָּמֽ֑וֹךָ

-


Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN, uws Gods; [dan] zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch enig van uw vee, noch de vreemdeling, die in uw poorten is; opdat uw dienstknecht, en uw dienstmaagd ruste, gelijk als gij.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!