Deuteronomium 7:1

SVWanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij;
WLCכִּ֤י יְבִֽיאֲךָ֙ יְהוָ֣ה אֱלֹהֶ֔יךָ אֶל־הָאָ֕רֶץ אֲשֶׁר־אַתָּ֥ה בָא־שָׁ֖מָּה לְרִשְׁתָּ֑הּ וְנָשַׁ֣ל גֹּֽויִם־רַבִּ֣ים ׀ מִפָּנֶ֡יךָ הַֽחִתִּי֩ וְהַגִּרְגָּשִׁ֨י וְהָאֱמֹרִ֜י וְהַכְּנַעֲנִ֣י וְהַפְּרִזִּ֗י וְהַֽחִוִּי֙ וְהַיְבוּסִ֔י שִׁבְעָ֣ה גֹויִ֔ם רַבִּ֥ים וַעֲצוּמִ֖ים מִמֶּֽךָּ׃
Trans.kî yəḇî’ăḵā JHWH ’ĕlōheyḵā ’el-hā’āreṣ ’ăšer-’atâ ḇā’-šāmmâ lərišətāh wənāšal gwōyim-rabîm mipāneyḵā haḥitî wəhagirəgāšî wəhā’ĕmōrî wəhakəna‘ănî wəhapərizzî wəhaḥiûî wəhayəḇûsî šiḇə‘â ḡwōyim rabîm wa‘ăṣûmîm mimmeḵḵā:

Algemeen

Zie ook: Aangezicht, Gelaat, Amorieten, Gergesa, Gergasa, Gadarenes, Hethieten, Jebus, Kanaanieten
Deuteronomium 31:3

In dit hoofdstuk lezen we dat de zeven volken die in het beloofde land wonen, nl. de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, volledig uitgeroeid moeten worden. Velen hebben zich afgevraagd hoe we met dit soort teksten om moeten gaan, Arie Versluis stelde het volgende (A. Versluis, Genocide op Gods bevel?, De Wekker [2010]  119 (23): 8-9):

In de eerste plaats zegt onze moeite met zulke teksten iets over onszelf. Wij zijn heel gevoelig voor geweld, zeker als dat geweld gebeurt in naam van een godsdienst. In de tijd van de Bijbel, en ook in vorige eeuwen, werd er anders gedacht over geweld. In de Bijbel komen we de uitroeiing van de Kanaänitische volken dan ook nergens tegen als een moreel probleem. De vraag hoe een God van liefde kan bevelen om mensen te doden, is niet nieuw, maar onze ‘gevoeligheid’ bij dit onderwerp zegt meer over ons dan over de Schrift. Dat is geen antwoord op onze vragen, maar het is wel goed om ons van onze eigen positie bewust te zijn.

In de tweede plaats is het bevel om de Kanaänitische volken uit te roeien nadrukkelijk beperkt. Israël krijgt deze opdracht voor de intocht in Kanaän. Alleen in die situatie en alleen voor die volken geldt dit bevel. Tegelijk wordt steeds benadrukt dat hetzelfde oordeel over Israël zal komen als het Gods geboden niet houdt. Daarom is het niet waar dat je je op zulke teksten zou kunnen beroepen om vandaag mensen te doden. Het bevel om de Kanaänieten uit te roeien heeft een specifieke plaats in de heilsgeschiedenis.

In de derde plaats laat het uitroeiingsbevel wel iets zien over de Heere en Zijn werk. De uitroeiing van deze volken wordt vaak verbonden met hun zonde. Dat betekent niet dat Israël beter was. Het laat wel Gods toorn en Gods oordeel over de zonde zien. De Heere is heilig. Dat is een wezenlijk onderdeel van de Bijbelse boodschap, in het Oude èn het Nieuwe Testament.


Aantekeningen

Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij;


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

כִּ֤י

-

יְבִֽיאֲךָ֙

zal gebracht hebben

יְהוָ֣ה

Wanneer de HEERE

אֱלֹהֶ֔יךָ

uw God

אֶל־

-

הָ

-

אָ֕רֶץ

in het land

אֲשֶׁר־

-

אַתָּ֥ה

-

בָא־

waar gij naar toe gaat

שָׁ֖מָּה

-

לְ

-

רִשְׁתָּ֑הּ

om dat te erven

וְ

-

נָשַׁ֣ל

zal hebben uitgeworpen

גּֽוֹיִם־

volken

רַבִּ֣ים׀

en Hij vele

מִ

-

פָּנֶ֡יךָ

voor uw aangezicht

הַֽ

-

חִתִּי֩

de Hethieten

וְ

-

הַ

-

גִּרְגָּשִׁ֨י

en de Girgasieten

וְ

-

הָ

-

אֱמֹרִ֜י

en de Amorieten

וְ

-

הַ

-

כְּנַעֲנִ֣י

en de Kanaänieten

וְ

-

הַ

-

פְּרִזִּ֗י

en de Ferezieten

וְ

-

הַֽ

-

חִוִּי֙

en de Hevieten

וְ

-

הַ

-

יְבוּסִ֔י

en de Jebusieten

שִׁבְעָ֣ה

zeven

גוֹיִ֔ם

volken

רַבִּ֥ים

die meerder

וַ

-

עֲצוּמִ֖ים

en machtiger

מִמֶּֽךָּ

-


Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij;


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!