Ezechiel 11:13

SVHet geschiedde nu, als ik profeteerde, dat Pelatja, de zoon van Benaja, stierf. Toen viel ik neder op mijn aangezicht, en riep met luider stem; en zeide: Ach, Heere HEERE! zult Gij gans een voleinding maken met het overblijfsel van Israel?
WLCוַֽיְהִי֙ כְּהִנָּ֣בְאִ֔י וּפְלַטְיָ֥הוּ בֶן־בְּנָיָ֖ה מֵ֑ת וָאֶפֹּ֨ל עַל־פָּנַ֜י וָאֶזְעַ֣ק קֹול־גָּדֹ֗ול וָאֹמַר֙ אֲהָהּ֙ אֲדֹנָ֣י יְהוִ֔ה כָּלָה֙ אַתָּ֣ה עֹשֶׂ֔ה אֵ֖ת שְׁאֵרִ֥ית יִשְׂרָאֵֽל׃ פ
Trans.wayəhî kəhinnāḇə’î ûfəlaṭəyâû ḇen-bənāyâ mēṯ wā’epōl ‘al-pānay wā’ezə‘aq qwōl-gāḏwōl wā’ōmar ’ăhāh ’ăḏōnāy JHWH kālâ ’atâ ‘ōśeh ’ēṯ šə’ērîṯ yiśərā’ēl:

Algemeen

Zie ook: Aangezicht, Gelaat, Benaja

Aantekeningen

Het geschiedde nu, als ik profeteerde, dat Pelatja, de zoon van Benaja, stierf. Toen viel ik neder op mijn aangezicht, en riep met luider stem; en zeide: Ach, Heere HEERE! zult Gij gans een voleinding maken met het overblijfsel van Israel?


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַֽ

-

יְהִי֙

-

כְּ

-

הִנָּ֣בְאִ֔י

Het geschiedde nu, als ik profeteerde

וּ

-

פְלַטְיָ֥הוּ

dat Pelatja

בֶן־

de zoon

בְּנָיָ֖ה

van Benája

מֵ֑ת

stierf

וָ

-

אֶפֹּ֨ל

Toen viel ik neder

עַל־

-

פָּנַ֜י

op mijn aangezicht

וָ

-

אֶזְעַ֣ק

en riep

קוֹל־

stem

גָּד֗וֹל

met luider

וָ

-

אֹמַר֙

en zeide

אֲהָהּ֙

Ach

אֲדֹנָ֣י

Heere

יְהוִ֔ה

HEERE

כָּלָה֙

zult Gij gans een voleinding

אַתָּ֣ה

-

עֹשֶׂ֔ה

maken

אֵ֖ת

-

שְׁאֵרִ֥ית

met het overblijfsel

יִשְׂרָאֵֽל

van Israël


Het geschiedde nu, als ik profeteerde, dat Pelatja, de zoon van Benaja, stierf. Toen viel ik neder op mijn aangezicht, en riep met luider stem; en zeide: Ach, Heere HEERE! zult Gij gans een voleinding maken met het overblijfsel van Israel?


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!