Ezechiel 31:8

SVDe cederen in Gods hof verduisterden hem niet, de dennebomen waren zijn takken niet gelijk, en de kastanjebomen waren niet gelijk zijn scheuten; geen boom in Gods hof was hem gelijk in zijn schoonheid.
WLCאֲרָזִ֣ים לֹֽא־עֲמָמֻהוּ֮ בְּגַן־אֱלֹהִים֒ בְּרֹושִׁ֗ים לֹ֤א דָמוּ֙ אֶל־סְעַפֹּתָ֔יו וְעַרְמֹנִ֥ים לֹֽא־הָי֖וּ כְּפֹֽארֹתָ֑יו כָּל־עֵץ֙ בְּגַן־אֱלֹהִ֔ים לֹא־דָמָ֥ה אֵלָ֖יו בְּיָפְיֹֽו׃
Trans.’ărāzîm lō’-‘ămāmuhû bəḡan-’ĕlōhîm bərwōšîm lō’ ḏāmû ’el-sə‘apōṯāyw wə‘arəmōnîm lō’-hāyû kəfō’rōṯāyw kāl-‘ēṣ bəḡan-’ĕlōhîm lō’-ḏāmâ ’ēlāyw bəyāfəywō:

Algemeen

Zie ook: Ceder, Cipres, Plataan

Aantekeningen

De cederen in Gods hof verduisterden hem niet, de dennebomen waren zijn takken niet gelijk, en de kastanjebomen waren niet gelijk zijn scheuten; geen boom in Gods hof was hem gelijk in zijn schoonheid.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

אֲרָזִ֣ים

De cederen

לֹֽא־

-

עֲמָמֻהוּ֮

verduisterden

בְּ

-

גַן־

hof

אֱלֹהִים֒

in Gods

בְּרוֹשִׁ֗ים

hem niet, de dennebomen

לֹ֤א

-

דָמוּ֙

niet gelijk

אֶל־

-

סְעַפֹּתָ֔יו

waren zijn takken

וְ

-

עַרְמֹנִ֥ים

en de kastanjebomen

לֹֽא־

-

הָי֖וּ

-

כְּ

-

פֹֽארֹתָ֑יו

waren niet gelijk zijn scheuten

כָּל־

-

עֵץ֙

geen boom

בְּ

-

גַן־

hof

אֱלֹהִ֔ים

in Gods

לֹא־

-

דָמָ֥ה

was hem gelijk

אֵלָ֖יו

-

בְּ

-

יָפְיֽוֹ

in zijn schoonheid


De cederen in Gods hof verduisterden hem niet, de dennebomen waren zijn takken niet gelijk, en de kastanjebomen waren niet gelijk zijn scheuten; geen boom in Gods hof was hem gelijk in zijn schoonheid.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!