Ezechiel 43:7

SVEn Hij zeide tot mij: Mensenkind! [dit] is de plaats Mijns troons, en de plaats der zolen Mijner voeten, alwaar Ik wonen zal in het midden der kinderen Israels, in eeuwigheid; en die van het huis Israels zullen Mijn heiligen Naam niet meer verontreinigen, zij noch hun koningen, met hun hoererij en met de dode lichamen hunner koningen, [op] hun hoogten;
WLCוַיֹּ֣אמֶר אֵלַ֗י בֶּן־אָדָם֙ אֶת־מְקֹ֣ום כִּסְאִ֗י וְאֶת־מְקֹום֙ כַּפֹּ֣ות רַגְלַ֔י אֲשֶׁ֧ר אֶשְׁכָּן־שָׁ֛ם בְּתֹ֥וךְ בְּנֵֽי־יִשְׂרָאֵ֖ל לְעֹולָ֑ם וְלֹ֣א יְטַמְּא֣וּ עֹ֣וד בֵּֽית־יִ֠שְׂרָאֵל שֵׁ֣ם קָדְשִׁ֞י הֵ֤מָּה וּמַלְכֵיהֶם֙ בִּזְנוּתָ֔ם וּבְפִגְרֵ֥י מַלְכֵיהֶ֖ם בָּמֹותָֽם׃
Trans.wayyō’mer ’ēlay ben-’āḏām ’eṯ-məqwōm kisə’î wə’eṯ-məqwōm kapwōṯ raḡəlay ’ăšer ’ešəkān-šām bəṯwōḵə bənê-yiśərā’ēl lə‘wōlām wəlō’ yəṭammə’û ‘wōḏ bêṯ-yiśərā’ēl šēm qāḏəšî hēmmâ ûmaləḵêhem bizənûṯām ûḇəfiḡərê maləḵêhem bāmwōṯām:

Algemeen

Zie ook: Tempel (Ezechiël)

Aantekeningen

En Hij zeide tot mij: Mensenkind! [dit] is de plaats Mijns troons, en de plaats der zolen Mijner voeten, alwaar Ik wonen zal in het midden der kinderen Israels, in eeuwigheid; en die van het huis Israels zullen Mijn heiligen Naam niet meer verontreinigen, zij noch hun koningen, met hun hoererij en met de dode lichamen hunner koningen, [op] hun hoogten;


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֣אמֶר

En Hij zeide

אֵלַ֗י

-

בֶּן־

tot mij: Mensenkind

אָדָם֙

-

אֶת־

-

מְק֣וֹם

is de plaats

כִּסְאִ֗י

Mijns troons

וְ

-

אֶת־

-

מְקוֹם֙

en de plaats

כַּפּ֣וֹת

der zolen

רַגְלַ֔י

Mijner voeten

אֲשֶׁ֧ר

-

אֶשְׁכָּן־

alwaar Ik wonen zal

שָׁ֛ם

-

בְּ

-

ת֥וֹךְ

in het midden

בְּנֵֽי־

der kinderen

יִשְׂרָאֵ֖ל

Israëls

לְ

-

עוֹלָ֑ם

in eeuwigheid

וְ

-

לֹ֣א

-

יְטַמְּא֣וּ

niet meer verontreinigen

ע֣וֹד

-

בֵּֽית־

en die van het huis

יִ֠שְׂרָאֵל

Israëls

שֵׁ֣ם

Naam

קָדְשִׁ֞י

zullen Mijn heiligen

הֵ֤מָּה

-

וּ

-

מַלְכֵיהֶם֙

zij noch hun koningen

בִּ

-

זְנוּתָ֔ם

met hun hoererij

וּ

-

בְ

-

פִגְרֵ֥י

en met de dode lichamen

מַלְכֵיהֶ֖ם

hunner koningen

בָּמוֹתָֽם

hun hoogten


En Hij zeide tot mij: Mensenkind! [dit] is de plaats Mijns troons, en de plaats der zolen Mijner voeten, alwaar Ik wonen zal in het midden der kinderen Israels, in eeuwigheid; en die van het huis Israels zullen Mijn heiligen Naam niet meer verontreinigen, zij noch hun koningen, met hun hoererij en met de dode lichamen hunner koningen, [op] hun hoogten;


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!