Genesis 19:2

SVEn hij zeide: Ziet nu, mijne heren! keert toch in ten huize van uw knecht, en vernacht, en wast uw voeten; en gij zult vroeg opstaan, en gaan uws weegs. En zij zeiden: Neen, maar wij zullen op de straat vernachten.
WLCוַיֹּ֜אמֶר הִנֶּ֣ה נָּא־אֲדֹנַ֗י ס֣וּרוּ נָ֠א אֶל־בֵּ֨ית עַבְדְּכֶ֤ם וְלִ֙ינוּ֙ וְרַחֲצ֣וּ רַגְלֵיכֶ֔ם וְהִשְׁכַּמְתֶּ֖ם וַהֲלַכְתֶּ֣ם לְדַרְכְּכֶ֑ם וַיֹּאמְר֣וּ לֹּ֔א כִּ֥י בָרְחֹ֖וב נָלִֽין׃
Trans.wayyō’mer hinneh nnā’-’ăḏōnay sûrû nā’ ’el-bêṯ ‘aḇədəḵem wəlînû wəraḥăṣû raḡəlêḵem wəhišəkamətem wahălaḵətem ləḏarəkəḵem wayyō’mərû llō’ kî ḇārəḥwōḇ nālîn:

Algemeen

Zie ook: Voet (lichaamsdeel)
Genesis 18:4

Aantekeningen

En hij zeide: Ziet nu, mijne heren! keert toch in ten huize van uw knecht, en vernacht, en wast uw voeten; en gij zult vroeg opstaan, en gaan uws weegs. En zij zeiden: Neen, maar wij zullen op de straat vernachten.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֜אמֶר

En hij zeide

הִנֶּ֣ה

Ziet

נָּא־

nu

אֲדֹנַ֗י

mijne heren

ס֣וּרוּ

keert

נָ֠א

toch

אֶל־

ten

בֵּ֨ית

huize

עַבְדְּכֶ֤ם

van uw knecht

וְ

-

לִ֙ינוּ֙

en vernacht

וְ

-

רַחֲצ֣וּ

en wast

רַגְלֵיכֶ֔ם

uw voeten

וְ

-

הִשְׁכַּמְתֶּ֖ם

en gij zult vroeg opstaan

וַ

-

הֲלַכְתֶּ֣ם

en gaan

לְ

-

דַרְכְּכֶ֑ם

uws weegs

וַ

-

יֹּאמְר֣וּ

En zij zeiden

לֹּ֔א

Neen

כִּ֥י

maar

בָ

-

רְח֖וֹב

wij zullen op de straat

נָלִֽין

vernachten


En hij zeide: Ziet nu, mijne heren! keert toch in ten huize van uw knecht, en vernacht, en wast uw voeten; en gij zult vroeg opstaan, en gaan uws weegs. En zij zeiden: Neen, maar wij zullen op de straat vernachten.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!