Genesis 1:12

ABEn de aarde bracht voort jong groen, zaaddragende gewassen naar hun soort en vruchtdragend geboomte met zaad daarin, naar zijn soort en God zag dat het goed was.
SVEn de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
WLCוַתֹּוצֵ֨א הָאָ֜רֶץ דֶּ֠שֶׁא עֵ֣שֶׂב מַזְרִ֤יעַ זֶ֙רַע֙ לְמִינֵ֔הוּ וְעֵ֧ץ עֹֽשֶׂה־פְּרִ֛י אֲשֶׁ֥ר זַרְעֹו־בֹ֖ו לְמִינֵ֑הוּ וַיַּ֥רְא אֱלֹהִ֖ים כִּי־טֹֽוב׃
Trans.watwōṣē’ hā’āreṣ deše’ ‘ēśeḇ mazərî‘a zera‘ ləmînēhû wə‘ēṣ ‘ōśeh-pərî ’ăšer zarə‘wō-ḇwō ləmînēhû wayyarə’ ’ĕlōhîm kî-ṭwōḇ:

Algemeen

Zie ook: Gras, Planten / Flora

Aantekeningen

En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

תּוֹצֵ֨א

bracht voort

הָ

-

אָ֜רֶץ

En de aarde

דֶּ֠שֶׁא

grasscheutjes

עֵ֣שֶׂב

kruid

מַזְרִ֤יעַ

-

זֶ֙רַע֙

zaadzaaiende

לְ

-

מִינֵ֔הוּ

naar zijn aard

וְ

-

עֵ֧ץ

geboomte

עֹֽשֶׂה־

-

פְּרִ֛י

en vruchtdragend

אֲשֶׁ֥ר

-

זַרְעוֹ־

welks

ב֖

-

וֹ

-

לְ

-

מִינֵ֑הוּ

zaad daarin was, naar zijn aard

וַ

-

יַּ֥רְא

zag

אֱלֹהִ֖ים

En God

כִּי־

dat

טֽוֹב

het goed


En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

____


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!