Genesis 1:5

ABEn God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, dag één.
SVEn God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.
WLCוַיִּקְרָ֨א אֱלֹהִ֤ים ׀ לָאֹור֙ יֹ֔ום וְלַחֹ֖שֶׁךְ קָ֣רָא לָ֑יְלָה וַֽיְהִי־עֶ֥רֶב וַֽיְהִי־בֹ֖קֶר יֹ֥ום אֶחָֽד׃ פ
Trans.wayyiqərā’ ’ĕlōhîm lā’wōr ywōm wəlaḥōšeḵə qārā’ lāyəlâ wayəhî-‘ereḇ wayəhî-ḇōqer ywōm ’eḥāḏ:

Algemeen

Zie ook: Avond, Dag, Duisternis, Een (getal), Licht, Morgen, Ochtend, Nacht

Aantekeningen

En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

en

יִּקְרָ֨א

noemde

אֱלֹהִ֤ים׀

God

לָ

het

אוֹר֙

licht

י֔וֹם

dag

וְ

en

לַ

de

חֹ֖שֶׁךְ

duisternis

קָ֣רָא

noemde Hij

לָ֑יְלָה

nacht

וַֽ

toen

יְהִי־

was

עֶ֥רֶב

het avond

וַֽ

en

יְהִי־

geweest

בֹ֖קֶר

morgen

י֥וֹם

dag

אֶחָֽד

één


En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!