Genesis 25:30

SVEn Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom.
WLCוַיֹּ֨אמֶר עֵשָׂ֜ו אֶֽל־יַעֲקֹ֗ב הַלְעִיטֵ֤נִי נָא֙ מִן־הָאָדֹ֤ם הָאָדֹם֙ הַזֶּ֔ה כִּ֥י עָיֵ֖ף אָנֹ֑כִי עַל־כֵּ֥ן קָרָֽא־שְׁמֹ֖ו אֱדֹֽום׃
Trans.wayyō’mer ‘ēśāw ’el-ya‘ăqōḇ halə‘îṭēnî nā’ min-hā’āḏōm hā’āḏōm hazzeh kî ‘āyēf ’ānōḵî ‘al-kēn qārā’-šəmwō ’ĕḏwōm:

Algemeen

Zie ook: Ezau, Jakob

Aantekeningen

En Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֨אמֶר

zeide

עֵשָׂ֜ו

En Ezau

אֶֽל־

tot

יַעֲקֹ֗ב

Jakob

הַלְעִיטֵ֤נִי

slorpen

נָא֙

Laat mij toch

מִן־

van

הָ

-

אָדֹ֤ם

dat rode

הָ

-

אָדֹם֙

rode

הַ

-

זֶּ֔ה

dat

כִּ֥י

daar, want

עָיֵ֖ף

moede

אָנֹ֑כִי

ik

עַל־

-

כֵּ֥ן

daarom

קָרָֽא־

genoemd

שְׁמ֖וֹ

heeft men zijn naam

אֱדֽוֹם

Edom


En Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!