Genesis 25:6

SVMaar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten.
WLCוְלִבְנֵ֤י הַפִּֽילַגְשִׁים֙ אֲשֶׁ֣ר לְאַבְרָהָ֔ם נָתַ֥ן אַבְרָהָ֖ם מַתָּנֹ֑ת וַֽיְשַׁלְּחֵ֞ם מֵעַ֨ל יִצְחָ֤ק בְּנֹו֙ בְּעֹודֶ֣נּוּ חַ֔י קֵ֖דְמָה אֶל־אֶ֥רֶץ קֶֽדֶם׃
Trans.wəliḇənê hapîlaḡəšîm ’ăšer lə’aḇərâām nāṯan ’aḇərâām matānōṯ wayəšalləḥēm mē‘al yiṣəḥāq bənwō bə‘wōḏennû ḥay qēḏəmâ ’el-’ereṣ qeḏem:

Algemeen

Zie ook: Abraham, Bijvrouw, Concubine, Izaak, Izak

Aantekeningen

Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וְ

-

לִ

-

בְנֵ֤י

Maar aan de zonen

הַ

-

פִּֽילַגְשִׁים֙

der bijwijven

אֲשֶׁ֣ר

die

לְ

-

אַבְרָהָ֔ם

Abraham

נָתַ֥ן

had, gaf

אַבְרָהָ֖ם

Abraham

מַתָּנֹ֑ת

geschenken

וַֽ

-

יְשַׁלְּחֵ֞ם

en zond hen weg

מֵ

-

עַ֨ל

-

יִצְחָ֤ק

Izak

בְּנוֹ֙

zijn zoon

בְּ

-

עוֹדֶ֣נּוּ

terwijl hij nog

חַ֔י

leefde

קֵ֖דְמָה

oostwaarts

אֶל־

naar

אֶ֥רֶץ

het land

קֶֽדֶם

van het Oosten


Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!