Genesis 33:5

SVDaarna hief hij zijn ogen op, en zag die vrouwen en die kinderen, en zeide: Wie zijn deze bij u? En hij zeide: De kinderen, die God aan uw knecht genadiglijk verleend heeft.
WLCוַיִּשָּׂ֣א אֶת־עֵינָ֗יו וַיַּ֤רְא אֶת־הַנָּשִׁים֙ וְאֶת־הַיְלָדִ֔ים וַיֹּ֖אמֶר מִי־אֵ֣לֶּה לָּ֑ךְ וַיֹּאמַ֕ר הַיְלָדִ֕ים אֲשֶׁר־חָנַ֥ן אֱלֹהִ֖ים אֶת־עַבְדֶּֽךָ׃
Trans.wayyiśśā’ ’eṯ-‘ênāyw wayyarə’ ’eṯ-hannāšîm wə’eṯ-hayəlāḏîm wayyō’mer mî-’ēlleh llāḵə wayyō’mar hayəlāḏîm ’ăšer-ḥānan ’ĕlōhîm ’eṯ-‘aḇədeḵā:

Aantekeningen

Daarna hief hij zijn ogen op, en zag die vrouwen en die kinderen, en zeide: Wie zijn deze bij u? En hij zeide: De kinderen, die God aan uw knecht genadiglijk verleend heeft.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יִּשָּׂ֣א

Daarna hief hij

אֶת־

-

עֵינָ֗יו

zijn ogen

וַ

-

יַּ֤רְא

en zag

אֶת־

-

הַ

-

נָּשִׁים֙

die vrouwen

וְ

-

אֶת־

-

הַ

-

יְלָדִ֔ים

en die kinderen

וַ

-

יֹּ֖אמֶר

en zeide

מִי־

Wie

אֵ֣לֶּה

zijn deze

לָּ֑ךְ

-

וַ

-

יֹּאמַ֕ר

bij u? En hij zeide

הַ

-

יְלָדִ֕ים

De kinderen

אֲשֶׁר־

die

חָנַ֥ן

genadiglijk verleend heeft

אֱלֹהִ֖ים

God

אֶת־

-

עַבְדֶּֽךָ

aan uw knecht


Daarna hief hij zijn ogen op, en zag die vrouwen en die kinderen, en zeide: Wie zijn deze bij u? En hij zeide: De kinderen, die God aan uw knecht genadiglijk verleend heeft.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!