Genesis 35:10

SVEn God zeide tot hem: Uw naam is Jakob, uw naam zal voortaan niet Jakob genoemd worden, maar Israel zal uw naam zijn; en Hij noemde zijn naam Israel.
WLCוַיֹּֽאמֶר־לֹ֥ו אֱלֹהִ֖ים שִׁמְךָ֣ יַעֲקֹ֑ב לֹֽא־יִקָּרֵא֩ שִׁמְךָ֨ עֹ֜וד יַעֲקֹ֗ב כִּ֤י אִם־יִשְׂרָאֵל֙ יִהְיֶ֣ה שְׁמֶ֔ךָ וַיִּקְרָ֥א אֶת־שְׁמֹ֖ו יִשְׂרָאֵֽל׃
Trans.wayyō’mer-lwō ’ĕlōhîm šiməḵā ya‘ăqōḇ lō’-yiqqārē’ šiməḵā ‘wōḏ ya‘ăqōḇ kî ’im-yiśərā’ēl yihəyeh šəmeḵā wayyiqərā’ ’eṯ-šəmwō yiśərā’ēl:

Algemeen

Zie ook: Israel (persoon), Jakob, Jakob
Genesis 32:28, 2 Koningen 17:34

Aantekeningen

En God zeide tot hem: Uw naam is Jakob, uw naam zal voortaan niet Jakob genoemd worden, maar Israel zal uw naam zijn; en Hij noemde zijn naam Israel.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּֽאמֶר־

zeide

ל֥

-

וֹ

-

אֱלֹהִ֖ים

En God

שִׁמְךָ֣

tot hem: Uw naam

יַעֲקֹ֑ב

is Jakob

לֹֽא־

niet

יִקָּרֵא֩

genoemd worden

שִׁמְךָ֨

uw naam

ע֜וֹד

zal voortaan

יַעֲקֹ֗ב

Jakob

כִּ֤י

maar

אִם־

-

יִשְׂרָאֵל֙

Israël

יִהְיֶ֣ה

zijn

שְׁמֶ֔ךָ

zal uw naam

וַ

-

יִּקְרָ֥א

en Hij noemde

אֶת־

-

שְׁמ֖וֹ

zijn naam

יִשְׂרָאֵֽל

Israël


En God zeide tot hem: Uw naam is Jakob, uw naam zal voortaan niet Jakob genoemd worden, maar Israël zal uw naam zijn; en Hij noemde zijn naam Israël.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!