Hooglied 2:3

ABAls een abrikoos tussen de bomen van het bos, zo is mijn liefste tussen de jongens. Ik verlang naarstig om in zijn schaduw te zitten, en zijn vrucht is zoet voor mijn gehemelte.
SVAls een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn Liefste onder de zonen; ik heb groten lust in Zijn schaduw, en zit er [onder], en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.
WLCכְּתַפּ֙וּחַ֙ בַּעֲצֵ֣י הַיַּ֔עַר כֵּ֥ן דֹּודִ֖י בֵּ֣ין הַבָּנִ֑ים בְּצִלֹּו֙ חִמַּ֣דְתִּי וְיָשַׁ֔בְתִּי וּפִרְיֹ֖ו מָתֹ֥וק לְחִכִּֽי׃
Trans.kəṯapûḥa ba‘ăṣê hayya‘ar kēn dwōḏî bên habānîm bəṣillwō ḥimmaḏətî wəyāšaḇətî ûfirəywō māṯwōq ləḥikî:

Algemeen

Zie ook: Appel, Abrikoos, Bomen, Wouden (Bossen)

PrikkelAppelboom


Aantekeningen

Als een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn Liefste onder de zonen;
ik heb groten lust in Zijn schaduw, en zit er [onder], en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.

 


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

כְּ

-

תַפּ֙וּחַ֙

Als een appelboom

בַּ

-

עֲצֵ֣י

onder de bomen

הַ

-

יַּ֔עַר

des wouds

כֵּ֥ן

-

דּוֹדִ֖י

zo is mijn Liefste

בֵּ֣ין

-

הַ

-

בָּנִ֑ים

onder de zonen

בְּ

-

צִלּוֹ֙

in Zijn schaduw

חִמַּ֣דְתִּי

ik heb groten lust

וְ

-

יָשַׁ֔בְתִּי

en zit

וּ

-

פִרְי֖וֹ

er en Zijn vrucht

מָת֥וֹק

zoet

לְ

-

חִכִּֽי

is mijn gehemelte


Als een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn Liefste onder de zonen;
ik heb groten lust in Zijn schaduw, en zit er [onder], en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!