Jeremia 41:16

SVToen nam Johanan, de zoon van Kareah, mitsgaders al de oversten der heiren, die met hem waren, het ganse overblijfsel des volks, dat hij wedergebracht had van Ismael, den zoon van Nethanja, van Mizpa, (nadat hij Gedalia, den zoon van Ahikam, geslagen had) [te weten] de mannen, die krijgslieden waren, en de vrouwen, en kinderkens, en kamerlingen, die hij van Gibeon had wedergebracht;
WLCוַיִּקַּח֩ יֹוחָנָ֨ן בֶּן־קָרֵ֜חַ וְכָל־שָׂרֵ֧י הַחֲיָלִ֣ים אֲשֶׁר־אִתֹּ֗ו אֵ֣ת כָּל־שְׁאֵרִ֤ית הָעָם֙ אֲשֶׁ֣ר הֵ֠שִׁיב מֵאֵ֨ת יִשְׁמָעֵ֤אל בֶּן־נְתַנְיָה֙ מִן־הַמִּצְפָּ֔ה אַחַ֣ר הִכָּ֔ה אֶת־גְּדַלְיָ֖ה בֶּן־אֲחִיקָ֑ם גְּבָרִ֞ים אַנְשֵׁ֣י הַמִּלְחָמָ֗ה וְנָשִׁ֤ים וְטַף֙ וְסָ֣רִסִ֔ים אֲשֶׁ֥ר הֵשִׁ֖יב מִגִּבְעֹֽון׃
Trans.wayyiqqaḥ ywōḥānān ben-qārēḥa wəḵāl-śārê haḥăyālîm ’ăšer-’itwō ’ēṯ kāl-šə’ērîṯ hā‘ām ’ăšer hēšîḇ mē’ēṯ yišəmā‘ē’l ben-nəṯanəyâ min-hammiṣəpâ ’aḥar hikâ ’eṯ-gəḏaləyâ ben-’ăḥîqām gəḇārîm ’anəšê hammiləḥāmâ wənāšîm wəṭaf wəsārisîm ’ăšer hēšîḇ migiḇə‘wōn:

Algemeen

Zie ook: Ahikam, Gedalia, Johanan, Jochanan, Kareah, Mizpa, Soldaten

Aantekeningen

Toen nam Johanan, de zoon van Kareah, mitsgaders al de oversten der heiren, die met hem waren, het ganse overblijfsel des volks, dat hij wedergebracht had van Ismael, den zoon van Nethanja, van Mizpa, (nadat hij Gedalia, den zoon van Ahikam, geslagen had) [te weten] de mannen, die krijgslieden waren, en de vrouwen, en kinderkens, en kamerlingen, die hij van Gibeon had wedergebracht;


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יִּקַּח֩

Toen nam

יוֹחָנָ֨ן

Jóhanan

בֶּן־

de zoon

קָרֵ֜חַ

van Karéah

וְ

-

כָל־

-

שָׂרֵ֧י

mitsgaders al de oversten

הַ

-

חֲיָלִ֣ים

der heiren

אֲשֶׁר־

-

אִתּ֗וֹ

-

אֵ֣ת

-

כָּל־

-

שְׁאֵרִ֤ית

die met hem waren, het ganse overblijfsel

הָ

-

עָם֙

des volks

אֲשֶׁ֣ר

-

הֵ֠שִׁיב

dat hij wedergebracht had

מֵ

-

אֵ֨ת

-

יִשְׁמָעֵ֤אל

van Ismaël

בֶּן־

den zoon

נְתַנְיָה֙

van Nethánja

מִן־

-

הַ

-

מִּצְפָּ֔ה

van Mizpa

אַחַ֣ר

nadat

הִכָּ֔ה

geslagen had

אֶת־

-

גְּדַלְיָ֖ה

hij Gedália

בֶּן־

den zoon

אֲחִיקָ֑ם

van Ahíkam

גְּבָרִ֞ים

die krijgslieden

אַנְשֵׁ֣י

-

הַ

-

מִּלְחָמָ֗ה

-

וְ

-

נָשִׁ֤ים

waren, en de vrouwen

וְ

-

טַף֙

en kinderkens

וְ

-

סָ֣רִסִ֔ים

en kamerlingen

אֲשֶׁ֥ר

-

הֵשִׁ֖יב

had wedergebracht

מִ

-

גִּבְעֽוֹן

die hij van Gíbeon


Toen nam Johanan, de zoon van Kareah, mitsgaders al de oversten der heiren, die met hem waren, het ganse overblijfsel des volks, dat hij wedergebracht had van Ismael, den zoon van Nethanja, van Mizpa, (nadat hij Gedalia, den zoon van Ahikam, geslagen had) [te weten] de mannen, die krijgslieden waren, en de vrouwen, en kinderkens, en kamerlingen, die hij van Gibeon had wedergebracht;


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!