Jeremia 51:59

SVHet woord, dat de profeet Jeremia beval aan Seraja, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, als hij van Zedekia, den koning van Juda, naar Babel toog, in het vierde jaar zijner regering; en Seraja was een vreemdzaam vorst.
WLCהַדָּבָ֞ר אֲשֶׁר־צִוָּ֣ה ׀ יִרְמְיָ֣הוּ הַנָּבִ֗יא אֶת־שְׂרָיָ֣ה בֶן־נֵרִיָּה֮ בֶּן־מַחְסֵיָה֒ בְּלֶכְתֹּ֞ו אֶת־צִדְקִיָּ֤הוּ מֶֽלֶךְ־יְהוּדָה֙ בָּבֶ֔ל בִּשְׁנַ֥ת הָרְבִעִ֖ית לְמָלְכֹ֑ו וּשְׂרָיָ֖ה שַׂ֥ר מְנוּחָֽה׃
Trans.hadāḇār ’ăšer-ṣiûâ yirəməyâû hannāḇî’ ’eṯ-śərāyâ ḇen-nērîyâ ben-maḥəsêâ bəleḵətwō ’eṯ-ṣiḏəqîyâû meleḵə-yəhûḏâ bāḇel bišənaṯ hārəḇi‘îṯ ləmāləḵwō ûśərāyâ śar mənûḥâ:

Algemeen

Zie ook: Jeremia (profeet), Juda (koninkrijk), koningen van Juda, Machseja (persoon), Nerija (persoon), Zedekia, Zidkia

Aantekeningen

Het woord, dat de profeet Jeremia beval aan Seraja, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, als hij van Zedekia, den koning van Juda, naar Babel toog, in het vierde jaar zijner regering; en Seraja was een vreemdzaam vorst.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

הַ

-

דָּבָ֞ר

Het woord

אֲשֶׁר־

-

צִוָּ֣ה׀

beval

יִרְמְיָ֣הוּ

Jeremía

הַ

-

נָּבִ֗יא

dat de profeet

אֶת־

-

שְׂרָיָ֣ה

aan Serája

בֶן־

den zoon

נֵרִיָּה֮

van Nerija

בֶּן־

den zoon

מַחְסֵיָה֒

van Machséja

בְּ

-

לֶכְתּ֞וֹ

-

אֶת־

-

צִדְקִיָּ֤הוּ

als hij van Zedekía

מֶֽלֶךְ־

den koning

יְהוּדָה֙

van Juda

בָּבֶ֔ל

naar Babel

בִּ

-

שְׁנַ֥ת

jaar

הָ

-

רְבִעִ֖ית

in het vierde

לְ

-

מָלְכ֑וֹ

zijner regering

וּ

-

שְׂרָיָ֖ה

en Serája

שַׂ֥ר

vorst

מְנוּחָֽה

was een vreemdzaam


Het woord, dat de profeet Jeremia beval aan Seraja, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, als hij van Zedekia, den koning van Juda, naar Babel toog, in het vierde jaar zijner regering; en Seraja was een vreemdzaam vorst.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!