Jesaja 29:13

SVWant de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk [tot Mij] nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, [waarmede zij] Mij [vrezen], mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn;
WLCוַיֹּ֣אמֶר אֲדֹנָ֗י יַ֚עַן כִּ֤י נִגַּשׁ֙ הָעָ֣ם הַזֶּ֔ה בְּפִ֤יו וּבִשְׂפָתָיו֙ כִּבְּד֔וּנִי וְלִבֹּ֖ו רִחַ֣ק מִמֶּ֑נִּי וַתְּהִ֤י יִרְאָתָם֙ אֹתִ֔י מִצְוַ֥ת אֲנָשִׁ֖ים מְלֻמָּדָֽה׃
Trans.wayyō’mer ’ăḏōnāy ya‘an kî nigaš hā‘ām hazzeh bəfîw ûḇiśəfāṯāyw kibəḏûnî wəlibwō riḥaq mimmennî watəhî yirə’āṯām ’ōṯî miṣəwaṯ ’ănāšîm məlummāḏâ:

Algemeen

Zie ook: Hart (lichaamsdeel)
Markus 7:6, Markus 7:7

Aantekeningen

Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk [tot Mij] nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, [waarmede zij] Mij [vrezen], mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn;


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֣אמֶר

heeft gezegd

אֲדֹנָ֗י

Want de Heere

יַ֚עַן

Daarom dat

כִּ֤י

-

נִגַּשׁ֙

nadert

הָ

-

עָ֣ם

dit volk

הַ

-

זֶּ֔ה

-

בְּ

-

פִ֤יו

met zijn mond

וּ

-

בִ

-

שְׂפָתָיו֙

en zij Mij met hun lippen

כִּבְּד֔וּנִי

eren

וְ

-

לִבּ֖וֹ

doch hun hart

רִחַ֣ק

verre van Mij doen

מִמֶּ֑נִּי

-

וַ

-

תְּהִ֤י

-

יִרְאָתָם֙

-

אֹתִ֔י

-

מִצְוַ֥ת

Mij mensengeboden

אֲנָשִׁ֖ים

-

מְלֻמָּדָֽה

zijn, die hun geleerd zijn


Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk [tot Mij] nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, [waarmede zij] Mij [vrezen], mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn;


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!