Jesaja 56:2

SVWelgelukzalig is de mens, [die] zulks doet, en des mensen kind, [dat] daaraan vasthoudt; die den sabbat houdt, zodat gij dien niet ontheiligt, en die zijn hand bewaart van enig kwaad te doen.
WLCאַשְׁרֵ֤י אֱנֹושׁ֙ יַעֲשֶׂה־זֹּ֔את וּבֶן־אָדָ֖ם יַחֲזִ֣יק בָּ֑הּ שֹׁמֵ֤ר שַׁבָּת֙ מֵֽחַלְּלֹ֔ו וְשֹׁמֵ֥ר יָדֹ֖ו מֵעֲשֹׂ֥ות כָּל־רָֽע׃ ס
Trans.’ašərê ’ĕnwōš ya‘ăśeh-zzō’ṯ ûḇen-’āḏām yaḥăzîq bāh šōmēr šabāṯ mēḥalləlwō wəšōmēr yāḏwō mē‘ăśwōṯ kāl-rā‘:

Algemeen

Zie ook: Hand (lichaamsdeel), Sabbat

Aantekeningen

Welgelukzalig is de mens, [die] zulks doet, en des mensen kind, [dat] daaraan vasthoudt;

die den sabbat houdt, zodat gij dien niet ontheiligt, en die zijn hand bewaart van enig kwaad te doen.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

אַשְׁרֵ֤י

Welgelukzalig

אֱנוֹשׁ֙

-

יַעֲשֶׂה־

zulks doet

זֹּ֔את

-

וּ

-

בֶן־

kind

אָדָ֖ם

en des mensen

יַחֲזִ֣יק

daaraan vasthoudt

בָּ֑הּ

-

שֹׁמֵ֤ר

houdt

שַׁבָּת֙

die den sabbat

מֵֽ

-

חַלְּל֔וֹ

zodat gij dien niet ontheiligt

וְ

-

שֹׁמֵ֥ר

bewaart

יָד֖וֹ

en die zijn hand

מֵ

-

עֲשׂ֥וֹת

te doen

כָּל־

-

רָֽע

van enig kwaad


Welgelukzalig is de mens, [die] zulks doet, en des mensen kind, [dat] daaraan vasthoudt; die den sabbat houdt, zodat gij dien niet ontheiligt, en die zijn hand bewaart van enig kwaad te doen.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!