Johannes 1:22

SVZij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? opdat wij antwoord geven mogen dengenen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelven?
Steph ειπον ουν αυτω τις ει ινα αποκρισιν δωμεν τοις πεμψασιν ημας τι λεγεις περι σεαυτου
Trans.eipon oun autō tis ei ina apokrisin dōmen tois pempsasin ēmas ti legeis peri seautou

Aantekeningen

Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? opdat wij antwoord geven mogen dengenen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelven?


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

ειπον
Zij zeiden

-
ουν
dan
αυτω
tot hem
τις
Wie
ει
zijt gij

-
ινα
opdat
αποκρισιν
wij antwoord
δωμεν
geven mogen

-
τοις
-
πεμψασιν
gezonden hebben

-
ημας
dengenen, die ons
τι
wat
λεγεις
zegt gij

-
περι
van
σεαυτου
uzelven

Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? opdat wij antwoord geven mogen dengenen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelven?


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!