Jona 1:10

SVToen vreesden die mannen [met] grote vreze, en zeiden tot hem: Wat hebt gij dit gedaan? Want de mannen wisten, dat hij van des HEEREN aangezicht vlood; want hij had het hun te kennen gegeven.
WLCוַיִּֽירְא֤וּ הָֽאֲנָשִׁים֙ יִרְאָ֣ה גְדֹולָ֔ה וַיֹּאמְר֥וּ אֵלָ֖יו מַה־זֹּ֣את עָשִׂ֑יתָ כִּֽי־יָדְע֣וּ הָאֲנָשִׁ֗ים כִּֽי־מִלִּפְנֵ֤י יְהוָה֙ ה֣וּא בֹרֵ֔חַ כִּ֥י הִגִּ֖יד לָהֶֽם׃
Trans.wayyîrə’û hā’ănāšîm yirə’â ḡəḏwōlâ wayyō’mərû ’ēlāyw mah-zzō’ṯ ‘āśîṯā kî-yāḏə‘û hā’ănāšîm kî-millifənê JHWH hû’ ḇōrēḥa kî higîḏ lâem:

Algemeen

Zie ook: Aangezicht, Gelaat, Eerbied, Ontzag, Vreze

Aantekeningen

Toen vreesden die mannen [met] grote vreze, en zeiden tot hem: Wat hebt gij dit gedaan? Want de mannen wisten, dat hij van des HEEREN aangezicht vlood; want hij had het hun te kennen gegeven.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יִּֽירְא֤וּ

Toen vreesden

הָֽ

-

אֲנָשִׁים֙

die mannen

יִרְאָ֣ה

-

גְדוֹלָ֔ה

grote

וַ

-

יֹּאמְר֥וּ

en zeiden

אֵלָ֖יו

tot

מַה־

hem: Wat

זֹּ֣את

hebt gij dit

עָשִׂ֑יתָ

gedaan

כִּֽי־

Want

יָדְע֣וּ

wisten

הָ

-

אֲנָשִׁ֗ים

de mannen

כִּֽי־

dat

מִ

-

לִּ

-

פְנֵ֤י

aangezicht

יְהוָה֙

des HEEREN

ה֣וּא

hij

בֹרֵ֔חַ

vlood

כִּ֥י

want

הִגִּ֖יד

hij had het hun te kennen gegeven

לָ

-

הֶֽם

-


Toen vreesden die mannen [met] grote vreze, en zeiden tot hem: Wat hebt gij dit gedaan? Want de mannen wisten, dat hij van des HEEREN aangezicht vlood; want hij had het hun te kennen gegeven.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!