Leviticus 2:11

SVGeen spijsoffer, dat gij den HEERE zult offeren, zal met desem gemaakt worden; want van geen zuurdesem, en van geen honig zult gijlieden den HEERE vuuroffer aansteken.
WLCכָּל־הַמִּנְחָ֗ה אֲשֶׁ֤ר תַּקְרִ֙יבוּ֙ לַיהוָ֔ה לֹ֥א תֵעָשֶׂ֖ה חָמֵ֑ץ כִּ֤י כָל־שְׂאֹר֙ וְכָל־דְּבַ֔שׁ לֹֽא־תַקְטִ֧ירוּ מִמֶּ֛נּוּ אִשֶּׁ֖ה לַֽיהוָֽה׃
Trans.kāl-hamminəḥâ ’ăšer taqərîḇû laJHWH lō’ ṯē‘āśeh ḥāmēṣ kî ḵāl-śə’ōr wəḵāl-dəḇaš lō’-ṯaqəṭîrû mimmennû ’iššeh laJHWH:

Algemeen

Zie ook: Honing, Offer (vuur-), Spijsoffer, Zuurdesem, Gist

Aantekeningen

Geen spijsoffer, dat gij den HEERE zult offeren, zal met desem gemaakt worden; want van geen zuurdesem, en van geen honig zult gijlieden den HEERE vuuroffer aansteken.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

כָּל־

-

הַ

-

מִּנְחָ֗ה

Geen spijsoffer

אֲשֶׁ֤ר

-

תַּקְרִ֙יבוּ֙

zult offeren

לַ

-

יהוָ֔ה

dat gij den HEERE

לֹ֥א

-

תֵעָשֶׂ֖ה

gemaakt worden

חָמֵ֑ץ

zal met desem

כִּ֤י

-

כָל־

-

שְׂאֹר֙

want van geen zuurdesem

וְ

-

כָל־

-

דְּבַ֔שׁ

en van geen honig

לֹֽא־

-

תַקְטִ֧ירוּ

aansteken

מִמֶּ֛נּוּ

-

אִשֶּׁ֖ה

vuuroffer

לַֽ

-

יהוָֽה

zult gijlieden den HEERE


Geen spijsoffer, dat gij den HEERE zult offeren, zal met desem gemaakt worden; want van geen zuurdesem, en van geen honig zult gijlieden den HEERE vuuroffer aansteken.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!