Markus 10:32

SVEn zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;
Steph ησαν δε εν τη οδω αναβαινοντες εις ιεροσολυμα και ην προαγων αυτους ο ιησους και εθαμβουντο και ακολουθουντες εφοβουντο και παραλαβων παλιν τους δωδεκα ηρξατο αυτοις λεγειν τα μελλοντα αυτω συμβαινειν
Trans.ēsan de en tē odō anabainontes eis ierosolyma kai ēn proagōn autous o iēsous kai ethambounto kai akolouthountes ephobounto kai paralabōn palin tous dōdeka ērxato autois legein ta mellonta autō symbainein

Algemeen

Zie ook: Jeruzalem, Jezus Christus, Pad, Straat, Weg
Mattheus 16:21, Mattheus 17:22, Mattheus 20:18, Markus 8:31, Markus 9:31, Lukas 9:22, Lukas 18:31, Lukas 24:7

Aantekeningen

En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

ησαν
zij waren

-
δε
En
εν
op
τη
-
οδω
den weg
αναβαινοντες
gaande op

-
εις
naar
ιεροσολυμα
Jeruzalem
και
en
ην
ging

-
προαγων
voor

-
αυτους
hen
ο
-
ιησους
Jezus
και
en
εθαμβουντο
zij waren verbaasd

-
και
en
ακολουθουντες
Hem volgende

-
εφοβουντο
waren zij bevreesd

-
και
En
παραλαβων
tot Zich nemende

-
παλιν
wederom
τους
-
δωδεκα
de twaalven
ηρξατο
begon Hij

-
αυτοις
hun
λεγειν
te zeggen

-
τα
-
μελλοντα
zouden

-
αυτω
de dingen, die Hem
συμβαινειν
overkomen

-

En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!