Numeri 10:29

SVMozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de HEERE heeft over Israel het goede gesproken.
WLCוַיֹּ֣אמֶר מֹשֶׁ֗ה לְ֠חֹבָב בֶּן־רְעוּאֵ֣ל הַמִּדְיָנִי֮ חֹתֵ֣ן מֹשֶׁה֒ נֹסְעִ֣ים ׀ אֲנַ֗חְנוּ אֶל־הַמָּקֹום֙ אֲשֶׁ֣ר אָמַ֣ר יְהוָ֔ה אֹתֹ֖ו אֶתֵּ֣ן לָכֶ֑ם לְכָ֤ה אִתָּ֙נוּ֙ וְהֵטַ֣בְנוּ לָ֔ךְ כִּֽי־יְהוָ֥ה דִּבֶּר־טֹ֖וב עַל־יִשְׂרָאֵֽל׃

Algemeen

Zie ook: Hobab, Midianieten, Mozes, Rehuel
Richteren 4:11

Aantekeningen

Mozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de HEERE heeft over Israel het goede gesproken.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֣אמֶר

nu zeide

מֹשֶׁ֗ה

Mozes

לְ֠

-

חֹבָב

tot Hobab

בֶּן־

den zoon

רְעוּאֵ֣ל

van Rehuël

הַ

-

מִּדְיָנִי֮

den Midianiet

חֹתֵ֣ן

den schoonvader

מֹשֶׁה֒

van Mozes

נֹסְעִ֣ים׀

Wij reizen

אֲנַ֗חְנוּ

-

אֶל־

-

הַ

-

מָּקוֹם֙

naar die plaats

אֲשֶׁ֣ר

-

אָמַ֣ר

gezegd heeft

יְהוָ֔ה

van welke de HEERE

אֹת֖וֹ

-

אֶתֵּ֣ן

Ik zal die geven

לָ

-

כֶ֑ם

-

לְכָ֤ה

-

אִתָּ֙נוּ֙

-

וְ

-

הֵטַ֣בְנוּ

-

לָ֔ךְ

-

כִּֽי־

-

יְהוָ֥ה

want de HEERE

דִּבֶּר־

gesproken

ט֖וֹב

het goede

עַל־

-

יִשְׂרָאֵֽל

heeft over Israël


Mozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de HEERE heeft over Israël het goede gesproken.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!