Numeri 22:6

SVEn nu, kom toch, vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of het uit het land verdrijven; want ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn.
WLCוְעַתָּה֩ לְכָה־נָּ֨א אָֽרָה־לִּ֜י אֶת־הָעָ֣ם הַזֶּ֗ה כִּֽי־עָצ֥וּם הוּא֙ מִמֶּ֔נִּי אוּלַ֤י אוּכַל֙ נַכֶּה־בֹּ֔ו וַאֲגָרְשֶׁ֖נּוּ מִן־הָאָ֑רֶץ כִּ֣י יָדַ֗עְתִּי אֵ֤ת אֲשֶׁר־תְּבָרֵךְ֙ מְבֹרָ֔ךְ וַאֲשֶׁ֥ר תָּאֹ֖ר יוּאָֽר׃
Trans.wə‘atâ ləḵâ-nnā’ ’ārâ-llî ’eṯ-hā‘ām hazzeh kî-‘āṣûm hû’ mimmennî ’ûlay ’ûḵal nakeh-bwō wa’ăḡārəšennû min-hā’āreṣ kî yāḏa‘ətî ’ēṯ ’ăšer-təḇārēḵə məḇōrāḵə wa’ăšer tā’ōr yû’ār:

Algemeen

Zie ook: Vervloekingen

Aantekeningen

En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of het uit het land verdrijven; want ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וְ

-

עַתָּה֩

-

לְכָה־

-

נָּ֨א

-

אָֽרָה־

toch, vervloek

לִּ֜י

-

אֶת־

-

הָ

-

עָ֣ם

mij dit volk

הַ

-

זֶּ֗ה

-

כִּֽי־

-

עָצ֥וּם

want het is machtiger

הוּא֙

-

מִמֶּ֔נִּי

-

אוּלַ֤י

-

אוּכַל֙

dan ik; misschien zal ik het kunnen

נַכֶּה־

slaan

בּ֔וֹ

-

וַ

-

אֲגָרְשֶׁ֖נּוּ

verdrijven

מִן־

-

הָ

-

אָ֑רֶץ

of het uit het land

כִּ֣י

-

יָדַ֗עְתִּי

want ik weet

אֵ֤ת

-

אֲשֶׁר־

-

תְּבָרֵךְ֙

dat, wien gij zegent

מְבֹרָ֔ךְ

die zal gezegend zijn

וַ

-

אֲשֶׁ֥ר

-

תָּאֹ֖ר

en wien gij vervloekt

יוּאָֽר

die zal vervloekt zijn


En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of het uit het land verdrijven; want ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!