Psalm 14:1

SV[Een psalm] van David, voor den opperzangmeester. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij verderven het, zij maken het gruwelijk [met hun] werk; er is niemand, die goed doet.
WLCלַמְנַצֵּ֗חַ לְדָ֫וִ֥ד אָ֘מַ֤ר נָבָ֣ל בְּ֭לִבֹּו אֵ֣ין אֱלֹהִ֑ים הִֽשְׁחִ֗יתוּ הִֽתְעִ֥יבוּ עֲלִילָ֗ה אֵ֣ין עֹֽשֵׂה־טֹֽוב׃
Trans.lamənaṣṣēḥa ləḏāwiḏ ’āmar nāḇāl bəlibwō ’ên ’ĕlōhîm hišəḥîṯû hiṯə‘îḇû ‘ălîlâ ’ên ‘ōśēh-ṭwōḇ:

Algemeen

Zie ook: Chiasme, David (koning), David (Psalmen van), Hart (lichaamsdeel)

1a P Psalm van David (vs. 1)
1b A De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God (vs. 1)

2-3    B er is niemand die goeddoet, zelfs niet één (vs. 3)
4       C die mijn volk opeten alsof zij brood aten (vs. 4) עַ֭מִּי
5 A’ God is bij het geslacht van de rechtvaardige (vs. 5)

6    B’ u beschaamt het voornemen van de ellendige (vs. 6)

7       C’ Wanneer de HEERE de gevangenen van Zijn volk laat terugkeren (vs. 7) עַמֹּ֑ו

Aantekeningen

[Een psalm] van David, voor den opperzangmeester. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij verderven het, zij maken het gruwelijk [met hun] werk; er is niemand, die goed doet.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

לַ

-

מְנַצֵּ֗חַ

voor den opperzangmeester

לְ

-

דָ֫וִ֥ד

van David

אָ֘מַ֤ר

zegt

נָבָ֣ל

De dwaas

בְּ֭

in zijn hart

לִבּוֹ

-

אֵ֣ין

-

אֱלֹהִ֑ים

Er is geen God

הִֽשְׁחִ֗יתוּ

Zij verderven

הִֽתְעִ֥יבוּ

het, zij maken het gruwelijk

עֲלִילָ֗ה

werk

אֵ֣ין

-

עֹֽשֵׂה־

doet

טֽוֹב

er is niemand, die goed


[Een psalm] van David, voor den opperzangmeester. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij verderven het, zij maken het gruwelijk [met hun] werk; er is niemand, die goed doet.

____

Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!