Psalm 53:6

SVAldaar zijn zij met vervaardheid vervaard geworden, [waar] geen vervaardheid was; want God heeft de beenderen desgenen, die u belegerde, verstrooid; gij hebt hen beschaamd gemaakt, want God heeft hen verworpen.
WLCשָׁ֤ם ׀ פָּֽחֲדוּ־פַחַד֮ לֹא־הָ֪יָה֫ פָ֥חַד כִּֽי־אֱלֹהִ֗ים פִּ֭זַּר עַצְמֹ֣ות חֹנָ֑ךְ הֱ֝בִשֹׁ֗תָה כִּֽי־אֱלֹהִ֥ים מְאָסָֽם׃ מִ֥י יִתֵּ֣ן מִצִּיֹּון֮ יְשֻׁעֹ֪ות יִשְׂרָ֫אֵ֥ל בְּשׁ֣וּב אֱ֭לֹהִים שְׁב֣וּת עַמֹּ֑ו יָגֵ֥ל יַ֝עֲקֹ֗ב יִשְׂמַ֥ח יִשְׂרָאֵֽל׃
Trans.šām pāḥăḏû-faḥaḏ lō’-hāyâ fāḥaḏ kî-’ĕlōhîm pizzar ‘aṣəmwōṯ ḥōnāḵə hĕḇišōṯâ kî-’ĕlōhîm mə’āsām:

Algemeen

Zie ook: Bot, botten

Aantekeningen

Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard geworden, [waar] geen vervaardheid was; want God heeft de beenderen desgenen, die u belegerde, verstrooid; gij hebt hen beschaamd gemaakt, want God heeft hen verworpen.

Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

שָׁ֤ם׀

-

פָּֽחֲדוּ־

vervaard geworden

פַחַד֮

vervaardheid

לֹא־

-

הָ֪יָה֫

-

פָ֥חַד

geen vervaardheid

כִּֽי־

-

אֱלֹהִ֗ים

was; want God

פִּ֭זַּר

verstrooid

עַצְמ֣וֹת

heeft de beenderen

חֹנָ֑ךְ

desgenen, die belegerde

הֱ֝בִשֹׁ֗תָה

gij hebt hen beschaamd gemaakt

כִּֽי־

-

אֱלֹהִ֥ים

want God

מְאָסָֽם

heeft hen verworpen


Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard geworden, [waar] geen vervaardheid was; want God heeft de beenderen desgenen, die u belegerde, verstrooid; gij hebt hen beschaamd gemaakt, want God heeft hen verworpen.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!