Richteren 6:39

SVEn Gideon zeide tot God: Uw toorn ontsteke niet tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal spreke; laat mij toch alleenlijk ditmaal met het vlies verzoeken; er zij toch droogte op het vlies alleen, en op de ganse aarde zij dauw.
WLCוַיֹּ֤אמֶר גִּדְעֹון֙ אֶל־הָ֣אֱלֹהִ֔ים אַל־יִ֤חַר אַפְּךָ֙ בִּ֔י וַאֲדַבְּרָ֖ה אַ֣ךְ הַפָּ֑עַם אֲנַסֶּ֤ה נָּא־רַק־הַפַּ֙עַם֙ בַּגִּזָּ֔ה יְהִי־נָ֨א חֹ֤רֶב אֶל־הַגִּזָּה֙ לְבַדָּ֔הּ וְעַל־כָּל־הָאָ֖רֶץ יִֽהְיֶה־טָּֽל׃
Trans.wayyō’mer giḏə‘wōn ’el-hā’ĕlōhîm ’al-yiḥar ’apəḵā bî wa’ăḏabərâ ’aḵə hapā‘am ’ănasseh nnā’-raq-hapa‘am bagizzâ yəhî-nā’ ḥōreḇ ’el-hagizzâ ləḇadāh wə‘al-kāl-hā’āreṣ yihəyeh-ṭṭāl:

Algemeen

Zie ook: Dauw, Droogte, Gideon, Vlies
Genesis 18:32

Aantekeningen

En Gideon zeide tot God: Uw toorn ontsteke niet tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal spreke; laat mij toch alleenlijk ditmaal met het vlies verzoeken; er zij toch droogte op het vlies alleen, en op de ganse aarde zij dauw.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֤אמֶר

zeide

גִּדְעוֹן֙

En Gídeon

אֶל־

tot

הָ֣

-

אֱלֹהִ֔ים

God

אַל־

niet

יִ֤חַר

ontsteke

אַפְּךָ֙

Uw toorn

בִּ֔י

-

וַ

-

אֲדַבְּרָ֖ה

spreke

אַ֣ךְ

laat mij toch

הַ

-

פָּ֑עַם

tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal

אֲנַסֶּ֤ה

verzoeken

נָּא־

toch

רַק־

alleenlijk

הַ

-

פַּ֙עַם֙

ditmaal

בַּ

-

גִּזָּ֔ה

met het vlies

יְהִי־

er zij

נָ֨א

-

חֹ֤רֶב

droogte

אֶל־

op

הַ

-

גִּזָּה֙

het vlies

לְ

-

בַדָּ֔הּ

-

וְ

-

עַל־

en op

כָּל־

de ganse

הָ

-

אָ֖רֶץ

aarde

יִֽהְיֶה־

zij

טָּֽל

dauw


En Gideon zeide tot God: Uw toorn ontsteke niet tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal spreke; laat mij toch alleenlijk ditmaal met het vlies verzoeken; er zij toch droogte op het vlies alleen, en op de ganse aarde zij dauw.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!