Richteren 8:21

SVToen zeiden Zebah en Tsalmuna: Sta gij op, en val op ons aan, want naar dat de man is, zo is zijn macht. Zo stond Gideon op, en doodde Zebah en Tsalmuna, en nam de maantjes, die aan de halzen hunner kemelen waren.
WLCוַיֹּ֜אמֶר זֶ֣בַח וְצַלְמֻנָּ֗ע ק֤וּם אַתָּה֙ וּפְגַע־בָּ֔נוּ כִּ֥י כָאִ֖ישׁ גְּבוּרָתֹ֑ו וַיָּ֣קָם גִּדְעֹ֗ון וַֽיַּהֲרֹג֙ אֶת־זֶ֣בַח וְאֶת־צַלְמֻנָּ֔ע וַיִּקַּח֙ אֶת־הַשַּׂ֣הֲרֹנִ֔ים אֲשֶׁ֖ר בְּצַוְּארֵ֥י גְמַלֵּיהֶֽם׃
Trans.wayyō’mer zeḇaḥ wəṣaləmunnā‘ qûm ’atâ ûfəḡa‘-bānû kî ḵā’îš gəḇûrāṯwō wayyāqām giḏə‘wōn wayyahărōḡ ’eṯ-zeḇaḥ wə’eṯ-ṣaləmunnā‘ wayyiqqaḥ ’eṯ-haśśahărōnîm ’ăšer bəṣaûə’rê ḡəmallêhem:

Algemeen

Zie ook: Dromedaris / Kameel, Gideon, Tsalmuna, Zebah
Richteren 8:26, Psalm 83:12, Jesaja 3:18

Aantekeningen

Toen zeiden Zebah en Tsalmuna: Sta gij op, en val op ons aan, want naar dat de man is, zo is zijn macht. Zo stond Gideon op, en doodde Zebah en Tsalmuna, en nam de maantjes, die aan de halzen hunner kemelen waren.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֜אמֶר

Toen zeiden

זֶ֣בַח

Zebah

וְ

-

צַלְמֻנָּ֗ע

en Tsalmûna

ק֤וּם

op

אַתָּה֙

Sta gij

וּ

-

פְגַע־

en val op ons aan

בָּ֔נוּ

-

כִּ֥י

want

כָ

-

אִ֖ישׁ

naar dat de man

גְּבוּרָת֑וֹ

is, zo is zijn macht

וַ

-

יָּ֣קָם

Zo stond

גִּדְע֗וֹן

Gídeon

וַֽ

-

יַּהֲרֹג֙

en doodde

אֶת־

-

זֶ֣בַח

Zebah

וְ

-

אֶת־

-

צַלְמֻנָּ֔ע

en Tsalmûna

וַ

-

יִּקַּח֙

en nam

אֶת־

-

הַ

-

שַּׂ֣הֲרֹנִ֔ים

de maantjes

אֲשֶׁ֖ר

die

בְּ

-

צַוְּארֵ֥י

aan de halzen

גְמַלֵּיהֶֽם

hunner kemelen


Toen zeiden Zebah en Tsalmuna: Sta gij op, en val op ons aan, want naar dat de man is, zo is zijn macht. Zo stond Gideon op, en doodde Zebah en Tsalmuna, en nam de maantjes, die aan de halzen hunner kemelen waren.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!