Romeinen 1:16

SVWant ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en [ook] den Griek.
Steph ου γαρ επαισχυνομαι το ευαγγελιον του χριστου δυναμις γαρ θεου εστιν εις σωτηριαν παντι τω πιστευοντι ιουδαιω τε πρωτον και ελληνι
Trans.ou gar epaischynomai to euangelion tou christou dynamis gar theou estin eis sōtērian panti tō pisteuonti ioudaiō te prōton kai ellēni

Algemeen

Zie ook: Griekenland, Jezus Christus, Jood, Joden
Psalm 40:10, 1 Corinthiers 1:18, 1 Corinthiers 15:2, 2 Timotheus 1:8

PrikkelLuther - Romeinen 1:16 en 17

De kerkhervormer Maarten Luther (1483-1546) bestudeert in de jaren 1515 en 1516 de brief aan de Romeinen als voorbereiding op de colleges die hij moet geven in Wittenberg. Door de studie daarvan komt Luther tot het besef dat rechtvaardiging voor God een vrije gave is van God. God geeft ons om niet vergeving en niet op grond van onze (geestelijke) prestatie. De rechtvaardiging is verworven door Christus. De goddeloze krijgt deel aan de verworven gerechtigheid door het geloof. Luther noemt de tekst de 'porta paradisi', 'de poort naar het paradijs' (HSV Mannenbijbel).


Aantekeningen

Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en [ook] den Griek.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

ου
niet
γαρ
Want
επαισχυνομαι
ik schaam mij

-
το
-
ευαγγελιον
des Evangelies
του
-
χριστου
van Christus
δυναμις
een kracht
γαρ
want
θεου
Gods
εστιν
het is

-
εις
tot
σωτηριαν
zaligheid
παντι
een iegelijk
τω
-
πιστευοντι
die gelooft

-
ιουδαιω
den Jood
τε
-
πρωτον
eerst
και
en
ελληνι
den Griek

Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en [ook] den Griek.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!