Ruth 1:16

ABEn toen zei Ruth: "Dwing mij niet dat ik je zal achterlaten en terug te keren,want waar jij heengaat daar zal ook ik heengaan en waar jij overnacht, zal ik overnachten.Jouw volk [is] mijn volk en jouw God [is] mijn God.
SVMaar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.
WLCוַתֹּ֤אמֶר רוּת֙ אַל־תִּפְגְּעִי־בִ֔י לְעָזְבֵ֖ךְ לָשׁ֣וּב מֵאַחֲרָ֑יִךְ כִּ֠י אֶל־אֲשֶׁ֨ר תֵּלְכִ֜י אֵלֵ֗ךְ וּבַאֲשֶׁ֤ר תָּלִ֙ינִי֙ אָלִ֔ין עַמֵּ֣ךְ עַמִּ֔י וֵאלֹהַ֖יִךְ אֱלֹהָֽי׃
Trans.watō’mer rûṯ ’al-tifəgə‘î-ḇî lə‘āzəḇēḵə lāšûḇ mē’aḥărāyiḵə kî ’el-’ăšer tēləḵî ’ēlēḵə ûḇa’ăšer tālînî ’ālîn ‘ammēḵə ‘ammî wē’lōhayiḵə ’ĕlōhāy:

Algemeen

Zie ook: Asielzoeker, Ruth

Aantekeningen

Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

תֹּ֤אמֶר

zeide

רוּת֙

Maar Ruth

אַל־

mij niet

תִּפְגְּעִי־

Val

בִ֔י

-

לְ

-

עָזְבֵ֖ךְ

dat ik zou verlaten

לָ

-

שׁ֣וּב

weder te keren

מֵ

-

אַחֲרָ֑יִךְ

achter

כִּ֠י

want

אֶל־

waar

אֲשֶׁ֨ר

-

תֵּלְכִ֜י

-

אֵלֵ֗ךְ

-

וּ

-

בַ

-

אֲשֶׁ֤ר

en waar

תָּלִ֙ינִי֙

gij zult vernachten

אָלִ֔ין

zal ik vernachten

עַמֵּ֣ךְ

uw volk

עַמִּ֔י

is mijn volk

וֵ

-

אלֹהַ֖יִךְ

en uw God

אֱלֹהָֽי

mijn God


Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.

____


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!