Ruth 2:2

ABEn Ruth, de Moabietische, zei tot Naomi: "Laat mij toch in het veld gaan en van de aren oplezen, achter hem in wiens ogen ik genade vind."En zij zei tot haar: "Ga, mijn dochter!"
SVEn Ruth, de Moabietische, zeide tot Naomi: Laat mij toch in het veld gaan, en van de aren oplezen, achter dien, in wiens ogen ik genade zal vinden. En zij zeide tot haar: Ga heen, mijn dochter!
WLCוַתֹּאמֶר֩ ר֨וּת הַמֹּואֲבִיָּ֜ה אֶֽל־נָעֳמִ֗י אֵֽלְכָה־נָּ֤א הַשָּׂדֶה֙ וַאֲלַקֳטָ֣ה בַשִּׁבֳּלִ֔ים אַחַ֕ר אֲשֶׁ֥ר אֶמְצָא־חֵ֖ן בְּעֵינָ֑יו וַתֹּ֥אמֶר לָ֖הּ לְכִ֥י בִתִּֽי׃
Trans.watō’mer rûṯ hammwō’ăḇîyâ ’el-nā‘ŏmî ’ēləḵâ-nnā’ haśśāḏeh wa’ălaqŏṭâ ḇaššibŏlîm ’aḥar ’ăšer ’eməṣā’-ḥēn bə‘ênāyw watō’mer lāh ləḵî ḇitî:

Algemeen

Zie ook: Aren lezen, Moab, Nalezer, Naomi, Oogst, Ruth
Deuteronomium 24:21


Aantekeningen

En Ruth, de Moabietische, zeide tot Naomi: Laat mij toch in het veld gaan, en van de aren oplezen, achter dien, in wiens ogen ik genade zal vinden. En zij zeide tot haar: Ga heen, mijn dochter!


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

תֹּאמֶר֩

zeide

ר֨וּת

En Ruth

הַ

-

מּוֹאֲבִיָּ֜ה

de Moabietische

אֶֽל־

tot

נָעֳמִ֗י

Naómi

אֵֽלְכָה־

-

נָּ֤א

Laat mij toch

הַ

-

שָּׂדֶה֙

in het veld

וַ

-

אֲלַקֳטָּ֣ה

oplezen

בַ

-

שִׁבֳּלִ֔ים

en van de aren

אַחַ֕ר

achter

אֲשֶׁ֥ר

dien, in wiens

אֶמְצָא־

zal vinden

חֵ֖ן

ik genade

בְּ

-

עֵינָ֑יו

ogen

וַ

-

תֹּ֥אמֶר

En zij zeide

לָ֖הּ

-

לְכִ֥י

-

בִתִּֽי

mijn dochter


En Ruth, de Moabietische, zeide tot Naomi: Laat mij toch in het veld gaan, en van de aren oplezen, achter dien, in wiens ogen ik genade zal vinden. En zij zeide tot haar: Ga heen, mijn dochter!


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!