G4492 ῥιζόω
wortelen (doen), grondvesten, stichten

Bijbelteksten

Efeziers 3:18Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte, en hoogte zij,
Colossenzen 2:7Geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, gelijkerwijs gij geleerd zijt, overvloedig zijnde in hetzelve, met dankzegging.

Mede mogelijk dankzij

TuinTuin