H3721 כָּפַף
gebogenen, hangen laten -, nederbukken, buigen, krommen, bukken, terneerbukken

Bijbelteksten

Psalm 57:7Zij hebben een net bereid voor mijn gangen, mijn ziel was nedergebukt; zij hebben een kuil voor mijn aangezicht gegraven; zij zijn er midden in gevallen. Sela.
Psalm 145:14[Samech.] De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen.
Psalm 146:8De HEERE opent [de ogen] der blinden; de HEERE richt de gebogenen op; de HEERE heeft de rechtvaardigen lief.
Jesaja 58:5Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder [zich] spreide? Zoudt gij dat een vasten heten, en een dag den HEERE aangenaam?
Micha 6:6Waarmede zal ik den HEERE tegenkomen, [en] mij bukken voor den hogen God? Zal ik Hem tegenkomen met brandofferen, met eenjarige kalveren?

Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs