H5000 נָאוֶה
liefelijk, betaamt, betamelijk

Bijbelteksten

Psalm 33:1Gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in den HEERE; lof betaamt den oprechten.
Psalm 147:1Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.
Spreuken 17:7Een voortreffelijke lip past een dwaze niet, veelmin een prins een leugenachtige lip.
Spreuken 19:10De weelde staat een zot niet wel; hoeveel te min een knecht te heersen over vorsten!
Spreuken 26:1Gelijk de sneeuw in den zomer, en gelijk de regen in den oogst, alzo past den zot de eer niet.
Hooglied 1:5Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.
Hooglied 2:14Mijn duive, zijnde in de kloven der steenrotsen, in het verborgene ener steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet, en uw gedaante is liefelijk.
Hooglied 4:3Uw lippen zijn als een scharlaken snoer, en uw spraak is liefelijk; de slaap uws hoofds is als een stuk van een granaatappel tussen uw vlechten.
Hooglied 6:4Gij zijt schoon, Mijn vriendin, gelijk Thirza, liefelijk als Jeruzalem, schrikkelijk als [slagorden] met banieren.
Jeremia 6:2Ik heb [wel] de dochter Sions bij een schone en wellustige [vrouw] vergeleken.

Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel