H5437 סָבַב
etc...) about, turn, turned, compass, (stood, turn away,

Bijbelteksten

Psalm 49:6Waarom zou ik vrezen in kwade dagen, [als] de ongerechtigen, die op de hielen zijn, mij omringen?
Psalm 55:11Dag en nacht omringen zij haar op haar muren; en ongerechtigheid en overlast is binnen in haar.
Psalm 59:7Tegen den avond keren zij weder, zij tieren als een hond, en zij gaan rondom de stad.
Psalm 59:15Laat hen dan tegen den avond wederkeren, laat hen tieren als een hond, en rondom de stad gaan;
Psalm 71:21Gij zult mijn grootheid vermeerderen, en mij rondom vertroosten.
Psalm 88:18Den gansen dag omringen zij mij als water; te zamen omgeven zij mij.
Psalm 109:3En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.
Psalm 114:3De zee zag het, en vlood; de Jordaan keerde achterwaarts.
Psalm 114:5Wat was u, gij zee! dat gij vloodt? gij Jordaan! dat gij achterwaarts keerdet?
Psalm 118:10Alle heidenen hadden mij omringd; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.
Psalm 118:11Zij hadden mij omringd, ja, zij hadden mij omringd; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.
Psalm 118:12Zij hadden mij omringd als bijen; zij zijn uitgeblust als een doornenvuur; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.
Spreuken 26:14Een deur keert om op haar herre, alzo de luiaard op zijn bed.
Prediker 1:6Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen.
Prediker 2:20Daarom keerde ik mij om, om mijn hart te doen wanhopen over al den arbeid, dien ik bearbeid heb onder de zon.
Prediker 7:25Ik keerde mij om, en mijn hart, om te weten, en om na te sporen, en te zoeken wijsheid en een sluitrede; en om te weten de goddeloosheid der zotheid, en de dwaasheid der onzinnigheden.
Prediker 9:14Er was een kleine stad, en weinig lieden waren daarin; en een groot koning kwam tegen haar, en hij omsingelde ze, en hij bouwde grote vastigheden tegen haar.
Prediker 12:5Ook [wanneer] zij voor de hoogte zullen vrezen, en dat er verschrikkingen zullen zijn op den weg, en de amandelboom zal bloeien, en dat de sprinkhaan zichzelven een last zal wezen, en dat de lust zal vergaan; want de mens gaat naar zijn eeuwig huis, en de rouwklagers zullen in de straat omgaan.
Hooglied 2:17Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden; keer om, mijn Liefste! wordt Gij gelijk een ree, of een welp der herten, op de bergen van Bether.
Hooglied 3:2Ik zal nu opstaan, en in de stad omgaan, in de wijken en in de straten; ik zal Hem zoeken, Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet.

Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken