H6586 פָּשַׁע
rebelleren, overtreden

Bijbelteksten

1 Koningen 8:50En vergeef aan Uw volk, dat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en al hun overtredingen, waarmede zij tegen U zullen overtreden hebben; en geef hun barmhartigheid voor het aangezicht dergenen, die ze gevangen houden, opdat zij zich hunner ontfermen;
1 Koningen 12:19Alzo vielen de Israelieten van het huis Davids af, tot op dezen dag.
2 Koningen 1:1En Moab viel van Israel af, na Achabs dood.
2 Koningen 3:5Maar het geschiedde, als Achab gestorven was, dat de koning der Moabieten van den koning van Israel afviel.
2 Koningen 3:7En hij ging heen, en zond tot Josafat, den koning van Juda, zeggende: De koning der Moabieten is van mij afgevallen, zult gij met mij trekken in den oorlog tegen de Moabieten? En hij zeide: Ik zal opkomen; zo zal ik zijn, gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.
2 Koningen 8:20In zijn dagen vielen de Edomieten van onder het gebied van Juda af, en maakten een koning over zich.
2 Koningen 8:22De Edomieten evenwel vielen van onder het gebied van Juda af, tot op dezen dag; toen viel Libna af in denzelfden tijd.
2 Kronieken 10:19Alzo vielen de Israelieten van het huis van David af, tot op dezen dag.
2 Kronieken 21:8In zijn dagen vielen de Edomieten af van onder het gebied van Juda, en zij maakten over zich een koning.
2 Kronieken 21:10Evenwel vielen de Edomieten af van onder het gebied van Juda, tot op dezen dag; toen ter zelfder tijd viel Libna af, van onder zijn gebied, want hij had den HEERE, den God zijner vaderen, verlaten.
Ezra 10:13Maar des volks is veel, en het is een tijd van plasregen, dat men hier buiten niet staan kan; en het is geen werk van een dag noch van twee; want velen onzer hebben overtreden in deze zaak.
Psalm 37:38Maar de overtreders worden te zamen verdelgd; het einde der goddelozen wordt uitgeroeid.
Psalm 51:15Zo zal ik den overtreders Uw wegen leren; en de zondaars zullen zich tot U bekeren.
Spreuken 18:19Een broeder is wederspanniger dan een sterke stad; en de geschillen zijn als een grendel van een paleis.
Spreuken 28:21De aangezichten te kennen, is niet goed; want een man zal om een stuk broods overtreden.
Jesaja 1:2Hoort, gij hemelen! en neem ter ore, gij aarde! want de HEERE spreekt: Ik heb kinderen groot gemaakt en verhoogd; maar zij hebben tegen Mij overtreden.
Jesaja 1:28Maar er zal verbreking zijn der overtreders, en der zondaars te zamen; en die den HEERE verlaten, zullen omkomen.
Jesaja 43:27Uw eerste vader heeft gezondigd, en uw uitleggers hebben tegen Mij overtreden.
Jesaja 46:8Gedenkt hieraan, en houdt u kloekelijk, brengt het weder in het hart, o gij overtreders!
Jesaja 48:8Ook hebt gij ze niet gehoord, ook hebt gij ze niet geweten, ook van toen af is uw oor niet geopend geweest; want Ik heb geweten, dat gij gans trouwelooslijk handelen zoudt, en dat gij van den buik af een overtreder genaamd zijt.

Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel