H7340 רְחֹב
Rehob

Bijbelteksten

Numeri 13:21Alzo trokken zij op, en verspiedden het land, van de woestijn Zin af tot Rechob toe, waar men gaat naar Hamath.
Jozua 19:28En Ebron, en Rehob, en Hammon, en Kana, tot aan groot Sidon.
Jozua 19:30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.
Jozua 21:31En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.
Richteren 1:31Aser verdreef de inwoners van Acco niet, noch de inwoners van Sidon, noch Achlab, noch Achsib, noch Chelba, noch Afik, noch Rechob;
2 Samuel 8:3David sloeg ook Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba, toen hij heentoog, om zijn hand te wenden naar de rivier Frath.
2 Samuel 8:12Van Syrie, en van Moab, en van de kinderen Ammons, en van de Filistijnen, en van Amalek, en van den roof van Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba.
2 Samuel 10:8En de kinderen Ammons togen uit, en stelden de slagorde voor de deur der poort; maar de Syriers van Zoba, en Rechob, en de mannen van Tob en Maacha waren bijzonder in het veld.
1 Kronieken 6:75En Hukok en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden.
Nehemia 10:11Micha, Rehob, Hasabja,

Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel