G66 ἄγριος
ruw, onbeschaafd, wild
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 3x voor in 3 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

'agrios, bn van ἀγρός G00068;


1) in de velden of bossen levend of groeiend 1a) van dieren, wild 1b) van landen, ruw, onbewerkt, onbebouwd 2) van mensen en dieren in morele zin, ruw, onbeschaafd, wild 2a) ruw, onbeschaafd, nors 2b) van hartstochten, heftig, hevig bewogen


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἄγριος, -α, -ον (< ἀγρός), [in LXX for שָׂדֶה H7704, etc.;] 1. living in fields, wild: μέλι. Mt 3:4, Mk 1:6. 2. savage, fierce: Ju 13. (Cf. usage in π. of a malignant wound; MM, VGT, s.v.).†
Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀγρός G68 "land, veld, grondbezit, akker";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker